 |
 Valentijn - het jongetje dat een meisje is
| Should I Stay or Should I Go?
|
31 Oktober 2007 | 10:55:25
 |
Kelly kwam met een piemeltje op aarde. Dat wist het publiek dat naar Big Brother keek, de medebewoners bleven in het ongewisse. Vrouwelijke vormen. Geen vent in te ontdekken. Kelly sprong spontaan in d'r bikinibroekje topless in het bubbelbad en flirtte erop los. ''Vroeger was ik een jongetje.'' De close-up van ontzetting van de blonde krullenbol die twee dagen daarvoor verrukt klaarkwam in de armen van Kelly, gaf eens te meer aan dat de medische wetenschap een wonder had verricht. De lijdensweg die Kelly doorliep om zich echt lekker in haar velletje te voelen, zal Valentijn misschien ook moeten ondergaan. Alles duidt daar tenminste op. Hij is nu 17. Hetty Nietsch volgde hem vanaf zijn achtste. Binnenkort neemt hij de beslissing: definitief als vrouw door het leven gaan of toch een man blijven? Bij de levenslange ontsnapping aan zijn mannelijkheid weigert hij camera's (je zal je pikkie maar door een kutje laten vervangen omdat je de documentairemakers niet wilt teleurstellen).
Een jongetje van acht zit op de achterbank van de auto. ''Ik weet niet of ik gelukkiger zal worden als ik een meisje wordt. Ik zal wel gelukkig zijn. Dat weet ik zeker. Maar niet of ik gelukkiger ben.'' Afgelopen zaterdag betraden twee dikkerds de gevreesde stip van Idols. Alletwee door naar de theaterronde onder het mom van amusement: vette cliffhangers. De minst dikke kreeg te horen van Gordon dat ze echt moest afvallen. De allerdikste ontving het advies om zich af af te kleden. 'Niet zo bloot.' Twee visies op dikheid. 1. Je kunt nog afslanken, doe je best. 2. Je zult altijd dik blijven, verberg het maar zo goed en zo kwaad als dat kan.
Gisteravond zag ik de indringende documentaire Valentijn, over een genderkind. Altijd jongen blijven is uitgesloten tenzij er een radicale omslag plaatsvindt. En verbergen is evenmin een optie wanneer je zoon al van jongsaf aan dochter wil zijn. Nee, dit valt niet te vergelijken met overgewicht, iets waar je eventueel van af zou kunnen komen of dat met een uitgekiende kledingcombinatie minder opvalt.
Hij is vastbesloten danseres te worden, maar hij mag niet op de balletschool bij de meisjes. Duidelijk maken dat hij moet leren leven met zijn jongenszijn is het eerste dat je als buitenstaander invalt. Maar dit portret maakt inzichtelijk dat dit juist uit den boze is. Als stil protest laat hij zijn haren groeien om zich toch vooral meisje te kunnen voelen tussen al die jongens. Te lang haar volgens de balletschool. Eerst moest hij eindeloos zeuren bij zijn ouders om zijn haar te laten groeien. Op een gegeven moment gingen ze akkoord. Ach, het is maar haar.
De buitenwereld echter blijkt moeizamer te overtuigen.
Zittend in de jongenskleedkamer doet hij zijn broekje uit. Spillebenen. Twee staartjes in het haar. Haast haar stompt een klasgenootje een ander klasgenootje op de schouder. Er wordt om haarheen gedold en gestoeid. Zijn vriendschap met hartsvriendinnen staat onder druk. Wie is Valentijn nou. Hij is geen jongen, maar ook geen meisje want zijn ontwikkeling loopt anders. Hij praat niet over jongens. Hij weet niet wat verliefd zijn is, dat mist hij. Valentijn: ''Hoe kan ik nou iets missen als ik niet weet wat het is?'' Het feit dat Valentijn een camera toelaat geeft al aan dat ze sterk genoeg is om zijn einzelgangerrol te aanvaarden. Op den duur is hij het zat dat zijn ouders iedereen altijd maar inlichten over zijn bijzonderte. ''Ik wil gewoon zijn wie ik ben zonder al dat gedoe.''
''Gearmd lopen moeder en dochter (Valentijn op roze laarsjes en in een jurk) op weg naar een spuit.''
Het uitschelden voor 'meisje' is ook weer een compliment. Opvallend is de veerkracht die Valentijn toont, de zelfbewustheid druipt ervan af en dwingt respect af. Daar komt Valentijn met zijn vriendinnen die hem steunen, 2007, nog even op het gras zittend voor de laatste evaluatie. Van een isolement geen sprake. Ze danste zelfs in de disco en moest niks hebben van de stoppels van een gozer die ze voelde in haar nek. ''Nee hij had het niet door.''
Ik moest haast een traantje wegpinken, werd ontroerd door de stralende Valentijn. Hiervoor is maar een oorzaak en dat zijn de ouders. Zij baarden opzien. Een documentaire lang. Onvoorwaardelijk stonden zij achter Valentijn ondanks mensen als de balletleraar die bang was dat ze hem stimuleerden, beinvloedden door zich nonstop te buigen over tal van dillemma's. Een psycholoog in te schakelen, alle leraren en leerlingen inlichten wat er met Valentijn aan de hand is. Openheid betrachten, niet verstoppen.
Gearmd lopen moeder en dochter (Valentijn op roze laarsjes en in een jurk) op weg naar een spuit. Een pubertijdsremmer om de pubertijd uit te stellen zodat je nog kan beslissen of je vrouw wilt worden. Wanneer je dit achterwege laat wordt het later veel problematischer om je alsnog om te bouwen.
''De buitenwereld echter blijkt moeizamer te overtuigen.''
 De amateurbeelden met een videocamera bewijzen dat het ontkennen van zijn gevoel onmenselijk is. ''Dit is het allermooiste cadeau dat ik ooit gekregen heb!'' kirt Valentijn als hij een barbiepop krijgt. Hij weet ook al hoe de naaimachine werkt. Hij doet net alsof hij zich opmaakt, doet vrouwenkleding aan en is op en top in zijn element. Zodra hij dit moet onderdrukken raakt hij in zichzelf gekeerd. En dan. Drie weken gaat hij op vakantie naar Italië. En hij mag daar als meisje in jurkjes en bikini's rondlopenlopen. Niemand kent hem, dus niemand stelt vragen. "We stelden het voor, niet per se om hem te plezieren, maar omdat hij gewoon wat langer in die rol moet zitten om te kijken of hij dat fijn vindt", zegt Valentijns moeder. We zien Valentijn in Italië in een wit jurkje uitleg geven over barbiepoppen in een winkel. ''Dit is Ken, de notenkraker die verandert in een prins.''
''Haar kwetsbaarheid die mijn kracht fenomenaal relativeert. Dat leidt tot bevrijding.''
Heb ik er behoefte aan om mij vrouw te voelen? Neen. Je beschermd weten door haar schoonheid is voor mij de seksuele aantrekkingskracht. Doodvermoeiend lijkt het mij om als vrouw hem altijd maar uiterlijke schoonheid te bieden om hem te verleiden. De troost, een praatje waarbij het gezonde verstand zegeviert, een sterke schouder waarop zij kan uithuilen oftewel de mannelijke bescherming is zoveel eerlijker! De liefheid waar zij behoefte aan heeft tot uitdrukking brengen wat haar nog liever maakt wat mij weer liever maakt wat haar weer liever maakt is een proces dat ik als man wil ondergaan en niet als vrouw om de doodeenvoudige reden dat haar uiterlijke schoonheid mijn innerlijk bereikt en mijn innerlijke schoonheid haar uiterlijke schoonheid. Haar kwetsbaarheid die mijn kracht fenomenaal relativeert. We laten onze zwakte op kracht komen. Bevrijdend!
Anders gezegd: mijn lichaam is bijzaak, mijn geest hoofdzaak. Voor de vrouw geldt het meestal andersom. Zij pakt zichzelf in en hij pakt haar uit. Zij geniet ervan als zij zichzelf inpakt, maar ook als zij wordt uitgepakt (al moet hij dan wel schone handen hebben). Terwijl ik zonder dat vervelende pakpapier mag rondlopen! |
|
|
 |
 'How we are the people in the paintings & how they are us'
Kunst | But is it art?/ But this is art!
|
30 Oktober 2007 | 08:42:50
 |
|
Terry Rodgers: ''My paintings are large, complex designs that attempt to reflect my sense of the times we are living in, and both how richly interesting they are and how difficult it is for most of us to navigate their uncharted waters. There is a great push and pull, the lure and the repulsion, the fiction and the real, the known and the unknown. And we live in this swirl of delicate gestures, driving desires, fantasy, economic complexity and interdependence, isolation and hope. I am trying to render some notion of this rich fabric.
Infinite fascination with details and dynamic pictorial architecture in combination with frustrated and sublimated desires make for a curious, static combustion in a painting. I attempt to map out these forces in western culture with a sense of their infinitely regenerative power.
And it's about the viewer—how we interpret and react to what we see, how we are the people in the paintings—and how they are us.
The paintings are not meant to judge or criticize. I am looking closely at who we are, the density of influences upon us, the mistakes we make, and the recognitions that occur in trying to navigate a universe with no sign posts. The figures in my paintings often are seen at a moment where some recognition or self-reflection seems to be taking place. These moments of recognition are metaphors for grappling with the unknown. Perhaps something is missing from their lives and they don't necessarily know what it is. They are metaphors for the search. My reaction to the figures and their gestures is sympathy, not judgment.
My hope is that ultimately these paintings show fragile, genuine human beings trying to make something of what they are confronted with. Each of them is unique in their individuality—in their hair, their eyes, their lips, their hands—and they are all separately struggling and often finding merely surface solutions and ephemeral escapes to the timeless riddles of consciousness.'' Terry Rodgers
Zijn schilderijen vol Economische Interactie, Isolatie & Frustratie |
|
|
 |
 Geen doorsnee kinderkiekjes
Kunst | But is it art?/ But this is art!
|
30 Oktober 2007 | 07:50:29
 |

Welhaast heilige bidprentjes van kinderengeltjes met een onheilspellende uitstraling. Poses die niet gericht zijn op de buitenwereld, in zichzelf opgesloten. Alsof ze niet van deze wereld zijn. Hoe heeft de kunstenares Loretta lux dat voor elkaar gekregen? In Trouw stond het antwoord.
''Ze ontwikkelde een methode die het midden houdt tussen schilderkunst en fotografie. De basis voor de portretten die ze construeert, zijn foto's die ze maakt van kinderen in haar studio. Ze fotografeert ze tegen een witte achtergrond, om de beelden later in de computer tegen een achtergrond te plaatsen die ze eerder fotografeerde. Daarna begint voor haar het 'schilderen' op de computer. Vaak is ze maanden bezig om de foto's subtiel te wijzigen, met als resultaat beelden die als je ze eenmaal hebt gezien, niet meer vergeet. Haar oeuvre omvat nu 55 foto's. Per jaar maakt ze er niet meer dan vijf tot tien, vertelt ze, omdat het een arbeidsintensief proces is.
'Ze hebben ook iets hulpeloos, lijken ze zich verloren te voelen en zich af te vragen waar ze zijn beland en wie ze zijn.'
Het zijn geen gewone kinderen die je aankijken op Lux' portretten. Er is iets mee, dat zie je meteen. Zijn ze wel echt? Hun kleren zijn prachtig, maar niet van deze tijd. Een jongen met een plusfours aan en bruinwitte brogues aan zijn voeten, de meisjes in vintage jurkjes of ouwelijke jasjes. De manier waarop de kinderen staan en kijken heeft niets weg van het doorsnee kinderkiekje. De spontaniteit is ver te zoeken. Hun hele houding lijkt bedacht en gemanipuleerd. Zelfbewust kijken ze je aan of staren ze met naar binnen gekeerde blik in de verte, maar tegelijkertijd hebben ze ook iets hulpeloos, lijken ze zich verloren te voelen en zich af te vragen waar ze zijn beland en wie ze zijn. Het zijn kleine, mysterieuze vreemdelingen, die in hun geconstrueerde perfectie ook een beetje eng zijn, soms haast buitenaards aandoen.(...) Haar inspiratie haalt ze ook uit schilderijen, van oude meesters als Goya, Bronzino, Runge en Velasquez.'' (Bron: TROUW)
|
|
|
 |
 De zoekplaten van Tati
Humor | Uitkijken! (?)
|
30 Oktober 2007 | 00:37:13
 |
Jacques Tati is de wereldberoemde
Franse regisseur die een aparte kijk op de wereld had en met zijn beelden de werkelijkheid optilde. Intelligenter dan Mister Bean, maar je moet 'm wel de kans geven. Ik was geneigd om het al snel saai te vinden, langdradig en flauw. Een misvatting! Mon Uncle was meeslepend (zag 'm toen ik griep had), omdat je - als je je ervoor openstelt - in een ander universum terechtkomt. De Vlaamse filosofe Ann Meskens schreef er een boek over. Ze zag al zijn films (waarin Tati zelf de hoofdrol vertolkte) al ontelbare keren. En nog ontdekt ze bij elke kijkbeurt nieuwe dingen.
In Trouw zei ze het volgende: ''Tati kan helpen om in deze mensenmassa nog individuen te zien. Het gaat dan om een andere manier van kijken. Vermijd de massa, luidt het filosofische advies sinds Seneca. Maar wie kijkt met de ’Tati-blik’ ziet geen uniforme massa meer, maar individuele wezens die stuk voor stuk komisch zijn vanwege hun al te menselijke onhandigheid en geklungel. Tati is volgens Meskens ook de remedie tegen het hardnekkige cultuurpessimisme binnen de filosofie. Een van zijn meest pregnante uitdrukkingen kreeg dit pessimisme in een interview dat Martin Heidegger aan het Duitse blad Der Spiegel gaf. Daarin zei hij, terwijl hij sprak over de steeds groter wordende macht van de technologie: ’Alleen een god kan ons nog redden’. Beangstigend aan de moderne wereld was volgens Heidegger dat alles daarin zo perfect functioneerde. Maar in de films van Tati gebeurt juist het omgekeerde: niets functioneert perfect, alles gaat kapot en lijdt schipbreuk. De mens blijft in zijn verhouding tot de moderne technologie dezelfde kluns die hij altijd is geweest. En dat is de grote tatiëske opluchting.''
Uit Wikipedia: ''Tati schetst ons in "Playtime" een wereld voor die bezeten is door geld, overdreven luxe, rare techniek en koude kille architectuur. In deze wereld bestaat het individu niet meer, er zijn alleen nog meer mensenmassa's en iedereen is druk bezig met zichzelf en met werk, niemand houdt nog meer rekening met elkaar en hoewel duizenden mensen voortdurend door elkaar heen krioelen, heeft niemand meer oog voor elkaar. Het leven van de mensen wordt bepaald door techniek, zonder techniek kan de mens niet meer overleven; creativiteit bestaat niet meer.
Om "Playtime" te realiseren werd Tati's perfectionisme meer dan ooit op de proef gesteld: met maar liefst 260 miljoen Franse franc was Playtime een van de duurste films aller tijden. Tati liet op ware grootte een complete stad - inclusief snelweg en schaalmodelllen van wolkenkrabbers - nabouwen. In deze 16 vierkante kilometer grote stad, Tativille genaamd, fimde Tati ruim 19 maanden onafgebroken met een leger van ruim 40 duizend figuranten. Om alles op de achtergrond even scherp als op de voorgrond te krijgen liet hij zijn cameraman speciale groothoeklenzen ontwikkelen. Om alles even gedetailleerd in beeld te krijgen filmde Tati met extreem dure 70mm-breedbeeldfilm, het grootste filmformaat ter wereld. Tati filmde alles zonder geluid, alle geluidseffecten werden naderhand pas toegevoegd.
19 maanden en ruim 5 miljoen meter film verder kon men aan de gigantische montage beginnen die bijna 2 jaar in beslag nam. Vooral de geluidsmontage was een grote klus. Tati werkte dag en nacht, meestal alleen, in een studio, om de ruim 3 duizend effecten die de film rijk is, te creëren. De effecten werden allemaal opgenomen op de, wederom extreem dure, zesspoors dolby-surroundgeluidsband. De hele film is opgenomen in extreme totaalshots waarbij de camera alleen nog op verre afstand observeert, in de film zitten geen hoofdpersonages alleen figuranten, de film bevat geen dialogen alleen eindeloos geroezemoes in wel honderd verschillende talen. Tati zelf noemde dit een democratie van grappen. Hij zei: in sommige shots zitten wel 10 grappen tegelijkertijd verscholen, de kijker kan ze er nooit allemaal tegelijk uit halen. Hij kiest de grap die hem het meest opvalt, "Playtime" is een reeks zoekplaten, die je keer op keer weer kunt bekijken.
Pas in 1967 was de film, met een vertraging van 2 jaar, eindelijk klaar. "Playtime", een van de duurste films uit de geschiedenis, werd echter ook een van de grootste flops uit de geschiedenis. Tati ging failliet en belandde in de financiële schulden. Inmiddels is "Playtime" uitgegroeid tot een cultfilm. De Franse filmregisseur Francois Truffaut omschreef Playtime ooit als: een film gemaakt door buitenaardse wezens, waarin onze aarde belachelijk gemaakt wordt.''
Anekdote van Ann Meskens: ''Als middelbare scholier werd hij tijdens de Engelse les gevraagd om twee simpele zinnetjes te vertalen en uit te spreken: ’Ik doe de deur open’ en ’Ik doe de deur dicht’. Hij liep naar de deur van het klaslokaal, en zei: ’I open the door’. En terwijl hij over de drempel stapte en de deur achter zich sloot, zei hij: ’I close the door’. Vervolgens liep hij naar huis. Hij kreeg straf voor deze grap, maar de klas lag natuurlijk dubbel van het lachen. Op jonge leeftijd was hij dus al bereid om zichzelf op te offeren om anderen aan het lachen te maken. En dat hield hij een levenlang vol. I open the door. I close the door.”
|
|
|
 |
 Movie Misquotes
Film | Uitkijken! (?)
|
26 Oktober 2007 | 10:58:40
 |
Sommige citaten uit films worden verkeerd geciteerd. Ook zijn er misverstanden: zo heet het monster niet 'Frankenstein', maar is het monster door Victor Frankenstein geschapen. ''He’s Alive!' Welnee. 'It's alive'' werd er geroepen in de film geinspi-reerd op de Gothic Novel van Mary Shelley.
"Mirror, mirror on the wall, who is the fairest of them all?" is eigenlijk een verkeerde quote. In de animatiefilm Snow White and the Seven Dwarfs (1937) vraagt de wrede konining: "Magic Mirror on the Wall, who is the Fairest one of all?"
In Apollo 13 (1995) komt astronaut Jim Lovell (Tom Hanks) met de befaamde oneliner: "Houston, we have a problem." Deze zin wordt vaak verwoord als: "Houston, we've got a problem." (wat wel lekkerder klinkt overigens)
In The Virigian (1929) zegt Gary Cooper niet: "Smile when you call me that!", evenmin "When ya call me that, smile!" Maar: "If you wanna call me that, smile."
Leonardo Di Caprio spreidt zijn armen op het puntje van het dek van de Titanic (1997) en schreeuwt "I'm the king of the world," En niet: "I'm king of the world."
"Play it again, Sam" - was a line never spoken by Ingrid Bergman or Humphrey Bogart in Casablanca (1942) to Sam (Dooley Wilson), the nightclub pianist and reluctant performer of the sentimental song 'As Time Goes By' (written by Herman Hupfeld). The closest Bogart came to the phrase was this: "You played it for her, you can play it for me...If she can stand it, I can. Play it!" The line "Play it again, Sam" appeared in the Marx Brothers' A Night in Casablanca (1946). When "Play It Again Sam" became the title of a Woody Allen comedy Play it Again, Sam (1972) that, in part, spoofed the classic 1942 film, the misquote was further reinforced.
A minor misquote has often plagued the title character's (Tom Hanks) most famous line of dialogue in Forrest Gump (1994): "My mama always said, 'Life is like a box of chocolates. You never know what you're gonna get.'" It should be WAS, not IS. The line wasn't in the novel by Winston Groom -- the closest it came was the novel's first line with reversed meaning: "Let me say this: bein a idiot is no box of chocolates."
In Star Wars (1977), Obi Wan Kenobi (Sir Alec Guinness) NEVER said verbatim: "May the force be with you," but he did say at least two other variants: "The Force will be with you...always" and "Remember, the Force will be with you...always". However, it appears that Han Solo said "May the force be with you" to Luke Skywalker just before the big battle.
The startling revelation of fatherhood by Darth Vader (David Prowse, voice of James Earl Jones) to Luke Skywalker (Mark Hamill) in Star Wars V: The Empire Strikes Back (1980) was not: "Luke, I am your father," but: "No. I am your father." [However, the trilogy's most famous line was never actually delivered by Vader - on the set, he really said: "Obi-Wan killed your father," but the line was secretly re-dubbed later. Luke responds in horror: "No! No! That's not true. That's impossible." The misquoted line: "Luke, Luke, I am your father" was stated in the film Tommy Boy (1995), by the title character Tommy (Chris Farley) as he goofed off in front of an electric fan.
The oft-quoted line by Lieutenant Colonel Bill Kilgore (Robert Duvall) - a hawkish, lunatic, flamboyant commander, who wears a black horse soldier's Stetson cavalry hat with a cavalry sword emblem, sunglasses, and a yellow dickey, in Coppola's Apocalypse Now (1997) is often inaccurately abbreviated. It is often stated simply as: "I love the smell of napalm in the morning...Smells (or smelled) like... victory." The full quotation is: "You smell that? Do you smell that?...Napalm, son. Nothing else in the world smells like that. I love the smell of napalm in the morning. You know, one time we had a hill bombed, for twelve hours. When it was all over I walked up. We didn't find one of 'em, not one stinkin' dink body. The smell, you know, that gasoline smell, the whole hill. Smells (or smelled) like - victory. [A bomb explodes behind him.] Some day, this war's gonna end."
"If you build it, they will come" was NOT what the voice said in Field of Dreams (1989). Instead, it was: "If you build it, he will come."
A "misquote" of sorts - relating to a wrongly-attributed photograph for Home Alone (1990) that was used to prominently advertise the film. It's often assumed that Kevin (Macaulay Culkin) has his hands up to his face and is screaming at the realization he's been left "home alone" or abandoned. In fact, he's screaming because he has just applied too much aftershave to his cheeks. Hier de poster (op de foto bij dit logje zie je Culkin net voordat hij gaat gillen omdat de aftershave zo prikt).
Tarzan, the Ape Man (1932) "Me Tarzan, you Jane". Hier de juiste weergave van het dialoogje tussen Jane & Tarzan:
Jane: (pointing to herself) Jane.
Tarzan: (he points at her) Jane.
Jane: And you? (she points at him) You?
Tarzan: (stabbing himself proudly in the chest) Tarzan, Tarzan.
Jane: (emphasizing his correct response) Tarzan.
Tarzan: (poking back and forth each time) Jane. Tarzan. Jane. Tarzan...
|
|
|
 |
 Dennis Storm (BNN) helemaal uit de kleren in 'Try before you die'
| Should I Stay or Should I Go?
|
24 Oktober 2007 | 09:51:44
 |
In 1967 las Phil Bloom uitgekleed en wel de krant bij de VPRO. Zedenverval vonden velen. Tegenwoordig is dat wel anders, maar dan moet je wel de status hebben van BNér of tenminste een presentator zijn. Een heldendaad! Een statement! Functioneel bloot omdat je de familie op de bank op zaterdagavond wilt vermaken (Paul de Leeuw), je door samen naakt te zijn briljante gesprekken voert (Giel Beelen) en golven in je blootje met nudisten participerende journalistiek is (Reinout Oerlemans).
Filemon Wesselink speelde in een pornofilm met een echte pornoactrice, althans voor de cameracrew van BNN. Okay, hij neukte haar dan niet echt maar hij reed wel op haar, helemaal in zijn nakie met een bezweet lichaam en rooie kop. Van de zenuwen kreeg hij geen erectie. Streaker Sander Lantinga maakte de radslag in, jawel zijn blootje, terwijl Maria Sjarapova en Elena Dementjeva toekeken tijdens de kwartfinale tennis op Wimbledon. En aanstaande zondag gaat Dennis Storm uit de kleren voor Try Before you Die. Hij gaat namelijk poseren voor de Playgirl, niet een blad voor dames maar een blad voor homo's. Dus na wat googlen bleek dat vooral de gaybloggers de blootfoto's gretig brachten. Masturbatiegevoelig, want Dennis Storms lopen overal in Nederland rond; dus daarmee komt het wel wat dichterbij (al die opgepompte macho's kun je alleen in de sportschool ontmoeten door de weeks).
Of de pik van Dennis daadwerkelijk te zien is vroeg Robert Jensen zich gisteren af. Ja, alleen niet in stijve toestand benadrukte de BNN-held. Jensen zou wel met een erectie poseren, want in slappe toestand is ie zo lullig. ''Heb je vantevoren nog aan je pik getrokken?'' Ja dat had ie, maar daar had hij niet echt de tijd voor. ''Ben je tevreden?'' Ja Dennis is tevreden. In AD zei Dennis dat hij in de drie weken voor de shoot nog even hard had getraind: ''Vijf dagen per week rennen om mijn bierbuikje kwijt te raken. Ik ben wel zo ijdel dat ik er zo goed mogelijk wil uitzien. Ik lig wel bloot in de schappen in de VS en Canada, Zuid-Amerika en Azië! Ik vond het poseren niet eng. Enige spannende moment was toen ik hélémaal naakt moest. Ja, ook dat wordt uitgezonden. Even slikken, maar aan later denk ik op zo’n moment niet. Geld heb ik er niet voor gekregen. Wel zijn de foto’s nu van mij. Cadeautje van BNN. Ik mag ze verkopen.’’
AD: Je liet een magische boeddhistische tatoeage zetten (op zijn been?). De priester waarschuwde voor een kwade vloek bij overtreding van bepaalde regels. Eén daarvan: nooit meer een meisje op je laten zitten tijdens seks. Houd je je daaraan? ''Nee. Ik heb een andere monnik gevonden die die regel opvat als ‘je mag het zelf niet initiëren’. Ik zal dus nooit meer in bed zeggen ‘kom even lekker op me zitten’. Laatst kreeg ik een berichtje van een meisje ‘jouw tatoeage heeft zijn magie nu verloren’, sms’te ze. Ja verdomd, dacht ik. Maar alleen als je bewust een gebod overtreed, ben je niet goed bezig. Gebeurt het onbewust, dan is de schade te overzien. Gelukkig!’’ Try before you die met Dennis Storm is te zien op zondag 28 Oktober om 22.10 / UPDATE: HIER IS HET ITEM TE ZIEN (via YOU TUBE)
|
|
|
 |
 Er is geen vrouw die deugt
Relaties | Typisch M/V
|
19 Oktober 2007 | 09:51:18
 |
''Bij een eerste kennismaking staan twee vrouwen met duidelijk meer gedwongenheid en huichelarij tegenover elkaar dan twee mannen. Als twee vrouwen elkaar een compliment maken, klinkt het ook veel belachelijker dan als twee mannen dat doen. Terwijl een man, zelfs tegen iemand die ver beneden hem staat, meestal toch spreekt met een zekere consideratie en humaniteit, is het onverdraaglijk om aan te zien hoe hautain en minachtend een voorname vrouw zich gedraagt tegenover een lager geplaatste vrouw (die niet bij haar in dienst is).
Misschien komt dat omdat bij vrouwen ieder verschil in rang er veel meer op aankomt dan bij ons en veel sneller kan worden veranderd of opgeheven. Want bij ons tellen er honderd verschillende factoren mee, maar bij hen is er maar één beslissend: welke man zij hebben behaagd. Misschien komt het ook omdat zij veel dichter bij elkaar staan dan mannen, door de eenzijdigheid van hun beroep, en om die reden de standsverschillen proberen te benadrukken.
Alleen als het door de geslachtsdrift is vertroebeld, kan het mannelijke intellect het onvolgroeide geslacht, met zijn smalle schouders, brede heupen en korte beentjes, het schone geslacht noemen, want heel de schoonheid ervan hangt samen met die drift. Het zou beter zijn om het vrouwelijke geslacht het onesthetische te noemen. Voor muziek, voor poëzie en voor de beeldende kunsten zijn zij geen van allen werkelijk gevoelig of ontvankelijk; als ze doen alsof ze dat wel zijn, is het alleen naäperij, uit behaagzucht. Ze zijn niet in staat een zuiver objectieve interesse voor iets te hebben, en de reden daarvan is, denk ik, de volgende. De man streeft naar een directe beheersing van de dingen, door ze te begrijpen of te onderwerpen. Maar de vrouw is altijd en overal uitsluitend aangewezen op een indirecte beheersing, namelijk via de man, en hij is de enige die zij direct moet beheersen.
Daarom ligt het in de aard van de vrouw om alle dingen allleen maar te beschouwen als middel om een man te veroveren, en hun interesse in iets anders is altijd maar geveinsd, is enkel een omweg, dat wil zeggen loopt uit op koketterie en naäperij. Rousseau heeft al gezegd: 'Les femmes, en général, n' aiment aucun art, ne se connaissent a aucun, et n' ont aucun génie.' Iedereen die zich niet door de schijn laat bedriegen zal dat wel gemerkt hebben. Men hoeft er slechts op te letten waar ze belangstelling voor hebben bij een concert, een opera of een toneelstuk, en bij voorbeeld de kinderlijke onbevangenheid gade te slaan waarmee ze tijdens de mooiste passages van de grootste meesterwerken doorgaan met hun geklets. Als het waar is dat de Grieken de vrouwen niet toelieten bij toneelvoorstellingen, dan hadden ze gelijk; in hun theaters kon men dan tenminste iets verstaan.'' Arthur Schopenhauer in Er is geen vrouw die deugt |
|
|
 |
 Schilderij valt van de muur: een ramp!
Spel | Customize!
|
12 Oktober 2007 | 10:47:24
 |
|
|
 |
 Enquist verliteratuurt niet de emotie, zij veremotioneert de literatuur
Boek | Let's Love Literature! (or not?)
|
04 Oktober 2007 | 17:58:06
 |
|
Isis Nedloni: ''De mensen die er niet tegen kunnen, hebben dat gevoelsluikje, die Anna heeft opengetrokken, bij zichzelf nog niet kunnen openen.''
Poëzie door vrouwen geschreven wordt door mannelijke recensenten nog altijd benaderd vanuit de veronderstelling dat 'poëzie origineel en innovatief hoort te zijn, experimenteel en risicovol, en dat zij de tranen in bedwang moet houden. Dat stelt Leon Hanssen vast in Trouw. Mannen kunnen 'verkrampt' reageren 'op de expressie van persoonlijke emotionaliteit in poëzie van vrouwelijke herkomst.
'Met de emotionaliteit weten (de mannelijke) recensenten weinig raad,' zegt Hanssen, 'ze hebben het liefst dat die 'beheerst' wordt. Hun waakzaamheid over clichés geeft aan dat ze moeilijk overweg kunnen met de manier waarop vrouwelijke dichters uiting geven aan gevoelens verbonden aan de privé- en familiesfeer.' De 'strenge controle op het bezit van gemeenplaatsen wijst op een ongeschreven wet die de veruitwendiging van de persoonlijke vrouwelijke levenssfeer in de cultuur zoveel mogelijk probeert in te dammen en terug te dringen', aldus Hanssen.
De poezie van de door menig recensent verketterde Anna Enquist wordt veelal 'sentimenteel' bevonden, drakerig. Te emotioneel beladen en daardoor vol cliches. Haar emoties verliteratuurd ze niet, ze veremotioneert de literatuur. Het bezwaar in een notendop. Wie er tegen ageert, ageert tegen haar intense verdriet. En juist dat maakt haar poezie onaanvaardbaar. Zij buit haar verdriet uit middels gedichten zo heet het. Hoe het ook zij: een goed gedicht is een gedicht waaruit je niet kunt aflezen dat het door een man of vrouw geschreven is. Da's bijzaak, doet er niet toe. Dat is hetzelfde als een boek mooi vinden omdat er een lekker wijf op de achterflap staat.
'Zij buit haar verdriet uit middels gedichten zo heet het.'
Haar proza wordt ook al niet door iedereen gewaardeerd (lees: door recensenten die serieus genomen willen blijven worden). Arie Storm heeft in zijn roman De ongeborene (2001) een 'cursus Enquist-proza' opgenomen, om aan te tonen dat hij niets moet hebben van zulk 'banaal gevoeligheidsproza'. Hij onderscheidt een elftal kenmerken om haar non-talent te bewijzen zoals vreemde sprongen in de tijd, een labiele hoofdpersoon die voortdurend door ellende wordt overvallen en in tranen uitbarst en door het geloof in het noodlot geen enkele vrije wil vertoont. Dat is tenslotte waar al die kritische Enquist-kanttekeningen op zijn gebaseerd: ze pakt je je vrije wil af en dwingt medeleven af door haar eigen ellende (en die is diep) in te zetten. Zij is haar roman of gedicht. En velen stellen dat niet op prijs.
''Enquist mag dat allemaal wel doen,
maar ik hoef het niet te lezen.''
Wat vindt de literatuurecensent annex schrijvende blogger (bloggende schrijver) Literatuuraire hier eigenlijk van? Ooit zei een lezeres dat negatieve kritiek van geen niveau, geen gevoel en geen menselijkheid getuigt als de voortbrengselen uit een vrouw komen die zo heeft geleden.
Daaruit zou volgens Literatuuraire volgen dat een serial killer lekker door mag moorden als hij als kind is mishandeld door zijn buurman om aan zijn geestelijke genoegens te komen.
Literatuuraire: ''Anna Enquist staat erom bekend eerst haar dagelijks leven en herinneringen verdicht te hebben in bestselling bundels die het niveau van huis-tuin-en keukenpoëzie niet te boven gaan en vervolgens de dood van haar dochter in de rouwperiode te hebben ververst terwijl ze in interviews haar nood beklaagde en eerlijk opbiechtte wat haar remedie was geweest om er weer bovenop te komen.
Mijn mening is: Enquist mag dat allemaal wel doen, maar ik hoef het niet te lezen en niemand hoeft het serieus te nemen als Literatuur. Noem het een psychoanalyse, noem het hobbygerijmel, maar geloof niet dat alles wat bij De Arbeiderspers in druk verschijnt meteen geschikt is voor de eeuwigheid!'' Literatuuraire |
|
|
 |
 Bush & God hebben het goeie met ons voor (20 Quotes)
Religie | Elk mens gelooft
|
04 Oktober 2007 | 12:31:24
 |
George Bush praat niet alleen met God, hij praat ook over God. ''I am driven with a mission from God. God would tell me, 'George go and fight these terrorists in Afghanistan'. And I did. And then God would tell me 'George, go and end the tyranny in Iraq'.'' Bush en God, dat zijn twee handen op een buik. Toen het studiolamp plotsklaps uitviel zei hij: ''It's a sign from above.'' Comeback presenteert: Bush & God hebben het goeie met ons voor.
1. ''I trust God speaks through me. Without that, I couldn't do my job.'' Statement made during campaign visit to Amish community, Lancaster County, Pennsylvania, Jul. 9, 2004
2. ''I'm also mindful that man should never try to put words in God's mouth. I mean, we should never ascribe natural disasters or anything else to God. We are in no way, shape, or form should a human being, play God.'' Washington, D.C., Jan. 14, 2005
3. ''God loves you, and I love you. And you can count on both of us as a powerful message that people who wonder about their future can hear.'' Los Angeles, California, Mar. 3, 2004
4. ''I tell people all the time, you're equally American if you're a Christian, Jew, or Muslim. You're equally American if you believe in an Almighty or don't believe in an Almighty. That's a sacred freedom.'' Washington, D.C., Mar. 10, 2006
5. ''Well, first of all, you got to understand some of my view on freedom, it's not American's gift to the world. See, freedom is God -- is God given.'' Interview with TVR, Romania, Nov. 23, 2002
6. ''I'm sure there is some kind of heavy doctrinal difference, which I'm not sophisticated enough to explain to you.'' Explaining the issues involved in his switching from attending an Episcopal church to attending a Methodist one, (date is approximate:), Jul. 1, 1994
7. ''I don't think you order suiciders to kill innocent men, women, and children if you're a religious person.'' Fond Du Lac, Wisconsin, Jul. 14, 2004
8. ''We can never replace lives, and we can't heal hearts, except through prayer.'' Enterprise, Alabama, Mar. 3, 2007
9. ''I believe there's an Almighty, and I believe the Almighty's great gift to each man and woman in this world is the desire to be free. This isn't America's gift to the world, it is a universal gift to the world, and people want to be free.'' Manhattan, Kansas, Jan. 23, 2006
10. ''We say in our country, everybody matters, everybody is precious in the sight of an Almighty.'' Northern State University, Aberdeen, South Dakota, Oct. 31, 2002
11. ''And we base it, our history, and our decision making, our future, on solid values. The first value is, we're all God's children.'' Washington, D.C., Jul. 16, 2003
12. ''One of the great things about this country is a lot of people pray.'' Washington, D.C., Apr. 13, 2003
13. ''And there's no doubt in my mind, when the United States acts abroad and home, we do so based upon values -- particularly the value that we hold dear to our hearts, and that is, everybody ought to be free. I want to repeat what I said during my State of the Union to you. Liberty is not America's gift to the world. What we believe strongly, and what we hold dear, is liberty is God's gift to mankind. And we hold that value precious. And we believe it is true.'' White Sulphur Springs, West Virginia, Feb. 9, 2003
14. ''By the way, to whom much has been given, much is owed. Not only are we leading the world in terms of encouraging freedom and peace, we're feeding the hungry. We're taking care of, as best as we possibly can, the victims of HIV/AIDS.'' Cedar Rapids, Iowa, Jul. 20, 2004
15. ''The United States of America must understand that freedom is universal, that there is an Almighty, and the great gift of that Almighty to each man and woman in this world is the desire to be free.'' Nashville, Tennessee, Aug. 30, 2006
16. ''Secondly, it's really important, Pete, that people not think government is a loving entity. Government is law and justice. Love comes from the hearts of people that are able to impart love. And therefore, what Craig is doing is -- he doesn't realize it -- he's a social entrepreneur. He is inspiring others to continue to reach out to say to somebody who is lonely, I love you. And I'm afraid this requires a higher power than the federal government to cause somebody to love somebody.''
17. ''We don't believe that freedom is America's gift to the world. We believe freedom is the God Almighty's gift to each and every person in the world.'' California, Oct. 15, 2003
18. ''All of you -- all in this generation of our military -- have taken up the highest calling of history. You're defending your country, and protecting the innocent from harm. And wherever you go, you carry a message of hope -- a message that is ancient and ever new. In the words of the prophet Isaiah, "To the captives, 'come out,' -- and to those in darkness, 'be free.''' Aboard the U.S.S. Abraham Lincoln, a couple of miles away from San Diego May 1, 2003
19. ''It's also important for people to know we never seek to impose our culture or our form of government. We just want to live under those universal values, God-given values.'' Washington, D.C., Oct. 11, 2002
20. ''As Dick mentioned, we mourn the loss of seven brave souls. We learned a lot about them over the last couple of days, and Laura and I learned a lot about their families in Houston, because we met with them. My impressions of the meeting was that there was -- that Almighty God was present in their hearts.'' Washington, D.C., Feb. 6, 2003
Bron: Dubyaspeak |
|
|
 |
 Stephen King: ''Short story felt not quite dead but airless''
Boek | Let's Love Literature! (or not?)
|
04 Oktober 2007 | 08:59:33
 |
''Instead, let us consider what the bottom shelf does to writers who still care, sometimes passionately, about the short story. What happens when he or she realizes that his or her audience is shrinking almost daily? Well, if the writer is worth his or her salt, he or she continues on nevertheless, because it’s what God or genetics (possibly they are the same) has decreed, or out of sheer stubbornness, or maybe because it’s such a kick to spin tales. Possibly a combination. And all that’s good.'' Stephen King in The New York Times
''What’s not so good is that writers write for whatever audience is left. In too many cases, that audience happens to consist of other writers and would-be writers who are reading the various literary magazines (and The New Yorker, of course, the holy grail of the young fiction writer) not to be entertained but to get an idea of what sells there. And this kind of reading isn’t real reading, the kind where you just can’t wait to find out what happens next (think “Youth,” by Joseph Conrad, or “Big Blonde,” by Dorothy Parker). It’s more like copping-a-feel reading. There’s something yucky about it.
''Once, in the days of the old Saturday Evening Post, short fiction was a stadium act; now it can barely fill a coffeehouse and often performs in the company of nothing more than an acoustic guitar and a mouth organ.''
Last year, I read scores of stories that felt ... not quite dead on the page, I won’t go that far, but airless, somehow, and self-referring. These stories felt show-offy rather than entertaining, self-important rather than interesting, guarded and self-conscious rather than gloriously open, and worst of all, written for editors and teachers rather than for readers. The chief reason for all this, I think, is that bottom shelf. It’s tough for writers to write (and editors to edit) when faced with a shrinking audience. Once, in the days of the old Saturday Evening Post, short fiction was a stadium act; now it can barely fill a coffeehouse and often performs in the company of nothing more than an acoustic guitar and a mouth organ. If the stories felt airless, why not? When circulation falters, the air in the room gets stale.'' Het hele verhaal lezen in The New York Times? |
|
|
 |
 Opperlanse taal- en letterkunde (GRATIS!)
Boek | Let's Love Literature! (or not?)
|
04 Oktober 2007 | 07:45:56
 |
Hugo Brandt Corstius bezocht in Nederland een oude vriend. Dat zei hij een tijdterug in Kunststof (radio 1). Een buitenstaander zou geen snars begrijpen van waar ze het toch allemaal over hadden. De twee taalgoochelaars probeerden elkaar voortdurend de loef af te steken en de meest eclatante taalvondsten tevoorschijn te toveren; wie van hen kon de best taaltrucs uithalen?
In 'angstschreeuw' staan acht medelinkers naast elkaar, zeldzaam in de Nederlandse taal. Maar Hugo Brandt Corstius bleef zoeken en zoeken en vond: 'slechtstschrijvend', dat zijn er negen! Opperlans (oorspronkelijk gespeld als Opperlands) is het beschouwen van het Nederlands, zonder waarde te hechten aan de betekenis van de woorden, maar om genot te onttrekken aan de vorm van de taal of op zijn Opperlands gezegd: "recreataal".
"Dit bijzonder fraai uitgevoerde boek mag voornamelijk op vermaak van de lezer gericht schijnen, Battus toont een glashelder analytisch vermogen en zeer fijn taalgevoel. Het opperlandse tweede gezicht, de studie van de oppervlakte van het Nederlands, biedt meer zicht in de diepte dan men op het eerste gezicht zou zeggen." (Atte Jongstra in de Gooi- en Eemlander) "Het boek is een superieur voorbeeld van ordenen. [...] En verbijstering om de hoeveelheid die zij en Battus bijeen hebben weten te brengen, is een nog lichte omschrijving van de sensaties die de lezer ondergaat." (Kees Fens in De Volkskrant) "Dubbeldik herziene versie van de Nederlandse tegenhanger van James Joyce's 'Finnegans Wake' (waarvan toevallig tegelijkertijd een verbluffende vertaling van Erik Bindervoet en Robbert-Jan Henkes verscheen),'' aldus Pieter Steinz in NRC Handelsblad.
Uit de inleiding: ''Opperlands is Nederlands met vakantie. Opperlands is Nederlands zonder het akelige nut dat aan die taal nu eenmaal kleeft. Opperlandse woorden en Opperlandse zinnen zien er op het eerste gezicht net zo uit als Nederlandse woorden en Nederlandse zinnen. Maar Opperlands is dan ook bedoeld voor het tweede gezicht. De Opperlander bekijkt de Nederlandse woorden en zinnen niet om er wijzer van te worden, maar om ervan te genieten. De Nederlander wordt bij het horen of zien van een woord orenfluisterlijk en ogenblikkelijk afgeleid door de betekenis daarvan. De Opperlander heeft van die betekenis geen last. Voor hem is het woord als een kastanjeboom, de zin als muziek.
Opperlands ligt in tussen sport en kunst.
Opperlands is sport. Wie ziet hoe een vérspringer, na jaren van training, dieet, en opofferingen, een sprong van zeven meter over een zandbak maakt, kan zich natuurlijk afvragen: had hij die zeven meter niet beter door het zand kunnen gaan lopen? De sporter begrijpt zo'n vraag niet; de Opperlander evenmin.
Sport is lichaamsbeweging met willekeurige, zelfopgelegde, absurde, handicaps. Waarom zou iemand teneinde een bal in een doel te brengen alleen de benen, of alleen de hockeystick, mogen gebruiken? Waarom zou iemand een verhaal schrijven, waarin elk woord begint met de letter waarmee het woord ervóór eindigde?
Om het beter te doen dan een ander, is een mogelijk antwoord. Maar hier wint Opperlands het toch van sport.
Bij sport is de prestatie een efemere gebeurtenis, waar hoogstens een foto van gemaakt kan worden. Wie minder ver springt dan een ander is ontevreden. Sport kenmerkt zich door veel verliezers en weinig winnaars. In Opperland is iedere Opperlander een winnaar. De prestatie blijft, dank zij het schrift, bewaard. Anonieme prestaties zijn vaak de mooiste. Ook wie onder een record blijft kan, door andere kwaliteiten van zijn Opperlands produkt, gelukkig zijn.
Opperlands is kunst. Het dient nergens toe. Je doet het omdat een geheime stem, die je wel eens vervloeken kunt, je daartoe roept. De schilder gebruikt verf, omdat verf te koop is. Maar het gaat hem niet om de verf. De Opperlander gebruikt Nederlands, omdat hij die taal kent. Maar het gaat hem niet om het Nederlands.
In sommige kunsten zijn uitvoerende kunstenaars nodig om de kunstprodukten tot leven te brengen. Opperlandse kunst kan, als er leeslicht is, door iedereen die lezen kan tot leven worden geroepen.
Bij kunst gaat het de kunstenaar vaak om iets anders, iets diepers, iets onder de oppervlakte van zijn kunstwerk. Bij Opperlands gaat het alleen om het Opperlands, de oppervlakte, wat je ziet.
Opperlands is de ontstijging aan de kluisters van het gewauwel op radio en in mondhoek, het geschrijf in krant en op ansicht.
Opperlandse taalkunde is een droom-taalkunde: als iets leuk is, dan is het goed. En wat leuk is, mag iedereen zelf weten.
De Opperlandse grondwet luidt: wat kan dat mag, en wat niet kan dat mag helemaal.''
|
|
|
 |
 Landing
Reis | Prozaïsch
|
03 Oktober 2007 | 07:42:05
 |
Cindy durft niet in de lift behalve met mij. Ze heeft prachtige gespierde benen en kuiten van al dat trappenlopen. Zelfs met haar ouders of vriendinnen weigert ze met de lift naar boven of beneden te gaan. Behalve met mij.
Van buitenaards wezen werd zij een aardbewoner. Mijn zuurstofflessen en helm af. Ik trok mijn astronautenpak uit. Van landbewoner tot provinciebewoner. Van stadsbewoner tot straatbewoner. Mijn buurvrouw! En nu ligt ze naast mij in bed.
Ik kreeg een brok in mijn keel toen ik zag dat ze de trap verkoos en niet in de lift dook van het Van der Valk-hotel. Eén etage! Ze zag mij niet. Ze wist niet dat ik haar zag. Ik liep in gezwinde spoed achter haar aan. Ik moest haar nog harder beschermen dan ik al deed. Een blik werpend op de ring die ik nog maar net omhad, sprongen de tranen in mijn ogen. Zij liep met een duplicaat van deze ring naar boven. Ik wandelde weer en greep naar het zakdoekje in het borstzakje van het jasje van het door Cindy uitgezochte zwarte pak, maar dat zat tot mijn ontsteltenis vast. Ik vond het al zo gek dat ie al die tijd zo netjes bleef zitten. Dan maar de mouw. Flauwvallende mannen bij huwelijkse voltrekkingen heb ik altijd watjes gevonden. Maar vandaag heb ik voortdurend het gevoel dat ik ieder moment flauw kan vallen. Ik ben een watje.
Voorheen een politicusje in de oppositie: geen Parijs maar Wenen, appelmoes zonder stukjes appel, debatteren over interieursmaak, een akkoord over een filmkeuze in de videotheek en het overhalen tot anale sex. Nu ben ik de premier, de minister president: verantwoordelijk voor alles wat goed of fout gaat. Haar welzijn. Haar welvaart. Verantwoordelijkheid voor haar heden. Haar toekomst. En uiteindelijk haar verleden. Dient ze een motie van wantrouwen in? Valt het huwelijk? Of mag ik door regeren, krijg ik alle steun?
Gisteravond hadden we allebei een vrijgezellenfeest. Gescheiden zoals dat hoort. Zo rond acht uur kwam ze met haar twee vriendinnen het bowlingcentrum binnen. ''Cindy wil bij jou zijn,'' zei Laura beteuterd. De hele avond heb ik haast geen woord met Cindy gewisseld. Witte wijn. Ik hoefde niet eens te vragen wat ze wou. Apatisch keken we hand in hand voor ons uit. We waren er niet bij. Onze vrienden zullen wel gedacht hebben. Ik haalde bowlingschoenen voor haar, trok haar naaldhakken uit.
Te klein.
''Ik heb maat 41.''
'O 'Ik dacht 39.''
Ik haalde de juiste maat. Ik kreeg een weeïg gevoel in mijn buik toen ze pasten.
Ik zette haar naaldhakken keurig naast elkaar onder een stoeltje, maar omdat ik bang was dat ze gestolen zouden worden, hield ik ze in de gaten. Al na een paar minuten lagen ze in mijn hand, ik streelde de hakken. Ze mocht niet op blote voeten naar het hotel. Ik aanschouwde mijn bruid van morgen die futloos een bowlingbal in de richel gooide en het verder koud liet: nog geen 'shit' kon ervanaf. Ik stond op en sprak de vijf aanwezige partypeople aan: 'We gaan!'' Diederik vroeg: ''Waar wil je dan heen?'' ''Nee wij. Cindy en ik. We moeten samen alleen zijn. We halen dit nog wel een keer in.'' Ik pakte 200 euro uit mijn portemonnee en gaf het aan Diederik. ''Dit moet genoeg zijn voor de drankjes.''
''Liefje!'' Verbaasd keek ze me aan: ''Wat doe jij hier?'' Ik omhelsde haar op de hoteltrap. Zij omhelsde mij. Ik gaf haar mijn bescherming in de hoop dat ik op haar bescherming kon rekenen. Bescherming tegen de boze buitenwereld. Nou ja boos, ze waren allemaal vrolijk in die buitenwereld. Bedreigend. Ik trilde op mijn benen toen ik uit het raam keek en allemaal bekende mensen uit bekende auto's zag komen. Of ik bestand zou zijn tegen het feestgedruis zodadelijk, bepaalde zij. Cindy had de beschikking over mijn reserves.
Geen gaspedaal maar een stel fietstrappers door de liefde bestuurd. Geen koppeling maar versnellingen. Fietsen door weer en wind. Haar voet op mijn trapper, mijn voet op de hare. Hoezee! De mijne kwam in beweging. En ik drukte op de hare. De mijne. De hare. De mijne. De hare. Aan de bagagedrager klingelende en klangelende blikken huppelend over paden en lanen. Ja, ik hoorde het. En het klonk. Als muziek. In mijn oren.
''Je hebt gehuild?''
''Ja''
Ze pakte me beet bij mijn schouder en streelde met haar andere hand mijn haar: ''Ik beleef het ook in een roes, wil ook huilen maar kan het niet of ik kan wel huilen maar wil het niet. We moeten straks gaan lachen, bulderen van het lachen. Laten we onze tranen voor vannacht bewaren.'' Ze gaf me een korte intense kus op mijn mond. Ik knikte verlegen. Er stond een geluidsmuur in mijn keel, geen klank kon naar buiten. Lopend naar de hotelkamer gaf ze klap op mijn kont. Ik wist daar niet op te reageren. Wat zeg je als jouw vrouw je een klap op je kont geeft?
Ze maakte zich op en ik lag op bed. We zochten oogcontact via de spiegel en vonden die ook. We kregen weer volop energie. ''Gisteren hebben we het al verpest voor onze vrienden, laten we hen nou maar de dag van hun leven bezorgen,'' zei ze. Gelukkig dat zij dat zei en niet ik, zojuist voelde ik mij een jongetje in de gangen van dat Van der Valk-hotel op zoek naar mama maar door deze uitspraak stroomde er weer wat volwassenheid door mijn aderen naar mijn hersenen. ''Goed idee!,'' riep ik. ''Elkaar insmeren met bruiloftstaart, luid lachen en applaudiseren voor stompzinnige sketches, ons niet ergeren aan ome Dick die weer dronken aan de lopende band schuine moppen zal vertellen.'' Ze grinnikte: ''Ome Dick ligt toch weer in het ziekenhuis?'' ''Na vanavond zeker.''
We stapten in de lift. Begane grond. De deuren gingen open. We kwamen van de maan en keerden terug op aarde. |
|
|
|
|
|