 |
 Char: 'Chris speelt in hemel, want jij bent een geweldige moeder'
| Should I Stay or Should I Go?
|
21 December 2007 | 09:53:20
 |
Het medium Char was gisteren weer eens op televisie met de nieuwe reeks 'Contact zoeken met de doden en de dierbaren geruststellen door te openbaren dat het allemaal okay gaat in de hemel.' Ilse was deze zomer op een zeer warme dag vergeten dat ze in haar auto ook haar zoontje van 11 maanden had meegenomen. Ze stapte uit, ging naar haar werk en het kind bleef in een bloedhete auto achter. Toen ze later terugkeerde bleek het kind gestikt te zijn van de te hoge temperaturen en onvoldoende zuurstof. De TV-recensent schreef over de eerste aflevering.
''Sylvana Simons valt bij RTL immers voor elk karretje te spannen of het nu scheve-schaats-rijden is, of met haar broertje uit de vechtschool dames op het idee te brengen hun (haar) ex in elkaar te rammen, hetgeen tot een echt tv-programma heeft geleid, Sylvana is voor alles te bestellen, en zo iemand heb je dan ook nodig bij toverkollentelevisie. Ze deed het voortreffelijk. Geen leugen, verzinsel of misleiding van het Amerikaanse medium Char was zo absurd of ze nam het voor waar aan, sterker nog…Sylvana fantaseerde lekker mee met de heks naast haar en moedigde de feeks zelfs aan er nog een schepje bovenop te doen. RTL4 kan trots op Sylvana zijn, ze past precies in het gewenste nieuwe zenderprofiel van Van Westerloo c.q. diens beroepsprotegé Bart In ’t Hout. ''
(...) En terwijl Char allang wist dat het kind Chris heette en zich over de hele geschiedenis tot in het kleinste detail had laten bijpraten en bijschrijven door de beste vriendin van Ilse, begint ze met het doorzichtige trucje dat ze bij iedereen in elke reading toepast. In dit geval ontdekte ze in de hemel de letter C. “Begint zijn naam misschien met een C. en zit er ook een H in? Is het Chris, Christian of Christof?”, huichelt ze. Onvoorstelbaar, het bleek goed geraden. Het is het begin van een gesprek dat louter op bedrog is gebaseerd. De ouders willen weten of Chris de dag dat hij stikte ook een beschermengel had. Wij thuis gaven meteen het antwoord en waren de toverfee voor: ''Nee natuurlijk, anders had dit niet kunnen gebeuren”.
Maar Char kreeg het anders door vanuit richting zenit. Dat beschermengeltje was er wel degelijk geweest en met de opdracht Chris naar de hemel te vervoeren, want God wilde het jongentje vanaf nu in zijn nabijheid hebben. Letterlijk: “..Zijn beschermengel heeft hem meegenomen naar de hemel. God heeft hem harder nodig..”. En vervolgens dus de belofte: “…Ik zal mijn best doen om contact te maken met jullie zoontje in de hemel…”. En dat lukte meteen want Char keek naar het hemeldak en zag: “…hij is bij zijn dierbaren in het hiernamaals…”. Wij thuis dachten en zagen dat zijn dierbaren nog steeds op de grond stonden, maar weer hadden wij het mis en niet begrepen. En het ene zwakhoofdige bericht buitelde in absurditeit over het andere heen want: “…Chris denkt dat hij nog leeft en in de hemel speelt….dat komt omdat jij een geweldige moeder en jij een geweldige vader bent…”. En ook: “…De geest van het kind is bij je, hij zal het niet begrijpen als mamma telkens verdrietig is…”. Bron: TV-Recensies
Henk Westbroek was ooit te gast bij Char en schreef daar een column over in De Pers: Char, Char, Charlatan |
|
|
 |
 Domme uitspraken van 'sterren'
Quote | HaHaHumor
|
12 December 2007 | 11:10:21
 |
Estelle Gullit (beroemd omdat ze de man is van Ruud en heel veel shopt in de PC Hooftstraat) bezocht Balkenende ooit in het torentje. ''Wat woont u hier leuk! En waar slaapt u nou?''Celebrities in Amerika kunnen er ook wat van: domme uitlatingen.
Mariah Carey: ''Whenever I watch TV and see those poor starving kids all over the world, I can't help but cry. I mean I'd love to be skinny like that but not with all those flies and death and stuff.''
Christiana Aguilera: ''So, where's the Cannes Film Festival being held this year?'' Bob Dole: ''The internet is a great way to get on the net.''
Jessica Simpson: ''I'm not anorexic. I'm from Texas. Are there people from Texas that are anorexic? I've never heard of one. And that includes me.''
Britney Spears: ''I've never really wanted to go to Japan. Simply because I don’t like eating fish. And I know that's very popular out there in Africa.''
Mayor Marion Barry: ''Outside of the killings, Washington has one of the lowest crime rates in the country.''
MEER STUPID QUOTES OF CELEBRITIES? |
|
|
 |
 Ron Hutt
Kunst | But is it art?/ But this is art!
|
11 December 2007 | 12:41:55
 |
|
New York Times: ''In some cases it can take you a few minutes to get the joke. Ron Hutt’s paintings look like copies of the classic red and black paintings on ancient Greek vases until you realize that the figures he depicts are using the cellphone, or stepping out of a brand-new Hummer. The effect is funny.''
|
|
|
 |
 Deurbeleid
Relaties | When the relationship is sinking/goes to beautiful places
|
06 December 2007 | 21:35:52
 |
Comeback: ''Zij hoeft de deur niet wagenwijd voor je open te doen, maar als zij de deur telkens keihard voor je neus dichtslaat is het naief te denken dat dit later door jouw liefde wel zal veranderen en ze de deur alsnog opendoet. Zet ze de deur op een kier, dan maak je een kans!
Wat je vaak ziet is dat een vent de deur in gaat rammen en dat zij dat ook nog verwacht. Het komt vaak niet eens in haar op om de deur zelf open te zetten! Zodra je moet gaan bonzen op een deur is het al een teken aan de wand. Al dat bonzen leidt tot niets behalve dan dat ze opendoet om maar van dat gebons af te wezen. Ieder mens is eigenaar van zijn/haar eigen deur en het is aan hem/haar die te openen. Dat is ook het fijnst: dat je niet hoeft te bonzen of je met een hakbijl naar binnen hoeft te hakken, want dat blijft hij/zij je dat altijd na afloop verwijten.''
Pluusje: ''Staat de deur niet open, dan wil het nog niet zeggen dat je niet welkom bent. Soms is het vanzelfsprekend dat iemand zonder hard bonzen en zonder sleutel binnenstapt. Misschien zelfs wel beter.''
''Je staat 50 jaar lang tegen de deur van het leven te duwen, tot je erachter komt dat die deur naar binnen opent.'' Ivan Gontsjarow
''Wereldverbeteraars zijn mensen die meteen het hele huis afbreken, wanneer er een deur piept.'' G. Knuth
''Vraag deugd en ondeugd naar haar ouders, en gij zult menige deugd de deur uit jagen, en voor menige ondeugd de hoed afnemen.'' Baer-Oberdorf
''Wanneer één deur van het geluk zich sluit dan opent een andere zich. Maar meestal staren we zo lang naar de gesloten deur dat we de zojuist geopende niet zien.'' Helen Keller |
|
|
 |
 Menno ter Braak over menselijkheid
Boek | Let's Love Literature! (or not?)
|
04 December 2007 | 09:38:16
 |
''Zodra men de overtuiging heeft, dat ‘la vérité en marche’, dat wil zeggen de wereld ondanks haar misère en wantoestanden op weg is naar een betere toekomst, kan men zich ook tevreden stellen met de chaos, waarin men leeft, omdat men het rotsvaste vertrouwen heeft, dat de verwarring van het ogenblik slechts het voorportaal vormt van iets anders, iets hogers, iets... menselijkers.
Er is in die befaamde negentiende eeuw natuurlijk evenveel gezwendeld met de humaniteit als tegenwoordig geschiedt, maar het valt niet te ontkennen, dat er voor de besten van die eeuw een ideale eis heeft bestaan, die zeker niet op maatschappelijke hypocrisie berustte. Zelfs het pessimisme van de negentiende eeuw, dat afstand gedaan heeft van de ‘opstijgende lijn’ (ik noem als karakteristiekste voorbeeld Schopenhauer), verraadt toch in zijn manier van formuleren iets van het vertrouwen, door de mens gesteld in de ‘betere toekomst’; tot het bij Nietzsche in zijn tegendeel omslaat, en de ‘Uebermensch’, dat is de sterke vitaliteit, de zin van het leven wordt. Schopenhauer is, van dit standpunt gezien, de laatste grote negentiende-eeuwer (in Duitsland, met Wagner in zijn gevolg), Nietzsche de eerste twintigste-eeuwer; want Nietzsche stelt de mens voor het probleem, hoe hij leven moet, als hem de Christelijke zingeving van het leven is afgenomen, als hij zijn humaniteitsbegrip uit niets dan het leven zelf moet putten. Vandaar het groteske misverstand om Nietzsche; een misverstand, waarop ik vroeger al eens heb gewezen. Men heeft in kringen, die is niet bij machte waren de volledige problematiek van zijn werken te begrijpen, de ‘Uebermensch’ van Nietzsche voorgesteld als de ideale krachtpatser, op ieder ogenblik van de dag bereid iemand morsdood te slaan om zijn levensdoel te bereiken, kortom als de ‘Blonde Bestie’; een woord, dat door de denker zelf weliswaar is gebruikt, maar nooit in de vulgaire zin, die sommige misverstaanders eraan hebben gehecht.
''Met dit soort menselijkheid, inderdaad, kan men alleen nog komen aandragen op de markt, waar de luidste stem de meeste oren verdooft; en het is duidelijk, waarom Nietzsche, in het aangezicht van dit soort humaniteit, walgde en resoluut voorbijging!''
Het probleem van Nietzsche's philosophie ligt ergens anders; omdat hij afstand had gedaan van de menselijkheid, zoals die door het Christendom als ideaal werd gepredikt en door de negentiende eeuw in de vorm van een op Christelijke basis gefundeerd humaniteitsgeloof werd voortgezet, stond hij, die een bijzonder fijngevoelig en allerminst ‘krachtpatserig’ mens was, voor een totaal nieuwe taak: namelijk de menselijke waardigheid zonder Christendom en zonder geloof aan de vooruitgang naar een betere toekomst in de zin van Darwin en Marx c.s., toch onder woorden te brengen. Men behoeft waarlijk geen door dik en dun verknocht Nietzscheaan te zijn, om iets van de omvang van die taak te beseffen. Nietzsche's ‘Uebermensch’ schijnt, omdat hij als een reactie op de idealen van de negentiende eeuw door zijn geestelijke vader geschapen is, op het eerste gezicht soms een verheerlijking van de brute kracht; maar hij is veeleer het grote vraagteken, bijna samenvallend met Nietzsche's krankzinnigheid, die hem weer tot een kind maakte; het grote vraagteken aan het einde van de negentiende eeuw: wat moet de mens, die alle waarden heeft stukgetwijfeld en desondanks een cultuurmens is gebleven, aanvangen met het cultuurbezit, hem door zijn geestelijke voorouders overgedaan? Wat is menselijkheid, wanneer er geen maatstaven meer aanwezig zijn om aan te geven, wat menselijkheid is?
''Dat is geen schande; de mens, die met de Chinezen mee-lijdt, zoals hij dat met zijn vrienden zou doen, heeft in de meest letterlijke zin van het woord geen leven meer.''
Het is dit probleem, dat in Europa vrijwel iedereen bezighoudt, die niet terug wil tot de vage, optimistische illusies van de negentiende eeuw en (juist dit is van belang in het verband van dit opstel) evenmin bereid is de krachtpatser als hoogste autoriteit en laatste instantie in zaken van menselijkheid te erkennen. Want ogenschijnlijk lijkt het terrein voor de krachtpatser meer en meer vrij, omdat de edelste menselijkheid, waarop de negentiende eeuw zich beroemde, machteloos is, althans voorlopig, tegenover de trap van een soldatenlaars; laat men dat ronduit erkennen en geen struisvogelpolitiek voeren! De negentiende eeuw heeft haar menselijkheidsideaal immers ook dusdanig door het slijk van haar eigen hypocrisie gesleurd, dat men zich niet bijzonder hoeft te verwonderen over het feit, dat alleen naïeve zielen er nog in geloven en dat de zogenaamde ‘sterke mannen’ er, nu nog, een profijtelijk gebruik van maken om hun onderdanen mee te paaien; zie Mussolini aan het werk om de verovering van Abessinië ‘rijp te maken’, zoals dat bij auguren heet, wanneer zij elkaar knipogend voorbijkomen na een fraaie rede op de jaarmarkt over humaniteitsidealen! Met dit soort menselijkheid, inderdaad, kan men alleen nog komen aandragen op de markt, waar de luidste stem de meeste oren verdooft; en het is duidelijk, waarom Nietzsche, in het aangezicht van dit soort humaniteit, walgde en resoluut voorbijging! ‘In naam der beschaving, voor afschaffing van slavernij, pacificatie’... die termen zijn ons maar al te zeer bekend en wij wensen er geen moment meer de dupe van te zijn, evenmin als van het Heilige Proletariaat, waarvan men op het in 1935 gehouden schrijverscongres te Parijs in alle toonaarden de lof kon horen zingen.
Wie de mens niet kan denken zonder een idee van menselijke waardigheid, die hem vergezelt, heeft vooral nuchter te zijn tegenover al deze vormen van phrase: want van diezelfde phrase kan zich thans de krachtpatser bedienen om zijn rijk op aarde te stichten.
In de negentiende eeuw heeft men de menselijkheid dikwijls behandeld als een hemelsblauwe algemeenheid. In theorie zou men, op grond van deze illusie, minstens even geschokt moeten zijn door het verdrinken van enige duizenden Chinezen ten gevolge van een overstroming, als door het sterven van een vriend. Men weet, dat het anders is; de Chinezen laat men onder het ontbijt passeren, hoogstens met enige verbazing over het getal, en het is alleen het sterven van een vriend, dat werkelijk doordringt. Menselijkheid is dus, alle phrasen die men er over hoort ten spijt, veeleer een gevoel van solidariteit met bepaalde wezens, dan een algemeenheid. Dat is geen schande; de mens, die met de Chinezen mee-lijdt, zoals hij dat met zijn vrienden zou doen, heeft in de meest letterlijke zin van het woord geen leven meer. Er is ons tot heil een behoorlijk pantser van onverschilligheid geschonken, een verdedigingsmiddel van de eerste rang.
Die onverschilligheid houdt alleen geen stand tegenover de persoonlijke verhouding; zodra men tot mensen in een persoonlijke verhouding staat, worden zij werkelijk... mensen. De werkzaamheid van iemand als Albert Schweitzer onder de negers wordt alleen begrijpelijk, wanneer men aanneemt, dat er iets van een persoonlijke verhouding tussen hem en de negers bestaat, een verhouding dus, die hem dwingt alle misstanden in Europa, waaraan hij óók veel zou kunnen verhelpen, over het hoofd te zien. Menselijkheid is immers minder geweldig en universeel dan de phrase gaarne beweert; in ieder geval wordt de idee der menselijkheid dicht bij huis geboren.'' Menno ter Braak
|
|
|
 |
 Menno ter Braak over de verfijning
Boek | Let's Love Literature! (or not?)
|
03 December 2007 | 09:37:24
 |
''Er zijn twee soorten verfijning: een, die betovert, en een, die irriteert. Dat ligt aan de positie, die de verfijnde mens in onze cultuur inneemt. Hij betovert ons, zodra wij aan hem merken, dat hij een bepaalde grofheid (de grofheid van het cliché) heeft vaarwel gezegd en in een intiem contact leeft met dingen, waar men meestal zonder eigen ogen, oren, neus en vingers aan voorbij gaat. Hij irriteert ons, zodra wij moeten constateren, dat de verfijning bij hem een nieuw dogma is geworden, waarin hij even hopeloos gevangen zit, als een ander mens in een ander dogma; het l'art pour l'art der verfijning (‘halma for halma's sake’, om met Aldous Huxley te spreken) krijgt dan het karakter van een met veel studie bedreven artistieke bezigheid, waarvan de oorspronkelijke impuls (het verzet tegen de grofheid van het cliché) langzamerhand niet meer wordt gevoeld.
Een dergelijke soort verfijning, bij kunstenaars uiteraard een zeer gebruikelijke vorm van nieuwe stabiliteit in hun eigen wereldje tegenover de platte wereld van de politieke leuzen en het energieke zaken doen, kan ons zelfs prikkelen tot heimwee naar de verlaten grofheid van weleer; want deze was tenminste ronduit grof, terwijl de verfijning als sport van een delicate mensensoort zonder humor zich op een standpunt stelt, een superieure houding aanneemt. En waardoor wordt die superieure houding gerechtvaardigd? Door niets anders dan de overschatting van allerlei raffinementjes, waarvan de ware bekoring was, dat zij de mens vergunden weer met eigen ogen te zien, met eigen oren te horen, met eigen neus te ruiken en met eigen vingers te tasten!
''De consequentste vorm van de ‘boze’ verfijnde is de snob, die alles slikt en bewondert, als het maar verfijnd is, van educatie getuigt en binnen de kring als onderscheidingsteken wordt aanbeden; en als snobs door dictatoren (die hun eigen snobs meebrengen) worden vertrapt, kan men er zeker van zijn, dat daardoor alleen de wereld niet heel veel armer zal worden.''
Dus: de geïrriteerdheid richt zich niet tegen het raffinement en is nog veel minder een pleidooi voor de grofheid. Geïrriteerd worden wij omdat wij het gevoel hebben, dat zulk een verfijnd auteur zich behaaglijk heeft geïnstalleerd in een opnieuw hermetisch afgesloten kring (te Amsterdam heet een artistensociëteit De Kring), waarin men elkaar onderling te gemakkelijk op grond van de verfijningsafspraakjes begrijpt en waaruit men derhalve ook niet meer ontsnappen kan of wil. Wanneer een plompe dictator met olifantspoten over zulke gebieden heenwandelt, zullen wij ons, hoezeer wij ons ook over de olifantspoten qua talis mogen ergeren, niet voor honderd procent kunnen aansluiten bij het jammerkoor, dat uit de kring der verfijnden opstijgt; want hebben de verfijnden niet óók een weinig schuld aan dat dramatisch gebeuren, hebben zij de olifantspoten niet helpen oproepen uit het oerwoud door hun behaaglijk samenzijn in het teken van het Heilige Raffinement?
''Dus: de geïrriteerdheid richt zich niet tegen het raffinement en is nog veel minder een pleidooi voor de grofheid.''
Het is, aan de andere kant, ook geen wonder, dat de zielsrust der verfijnden in de laatste jaren sterk is afgenomen, nu zij zien, dat een zekere mensensoort zich zelfs uit pure conventionele wellevendheid niet meer bekommert om de aanwezigheid van verfijning in een maatschappij, die men totalitair noemt en die de apotheose van de totale plebejer is.
Daarom doet men er goed aan de twee soorten verfijning duchtig uit elkaar te houden; hoezeer de betoverende en de irritante verfijning ook op elkaar mogen lijken, hoezeer zij ook van één stam mogen zijn (zoals de goede en de boze Eris bij de Grieken), zij werden nochtans door de mensen, die hen zo verschillend cultiveren, symbolen van twee fundamenteel verschillende levenshoudingen. De consequentste vorm van de ‘boze’ verfijnde is de snob, die alles slikt en bewondert, als het maar verfijnd is, van educatie getuigt en binnen de kring als onderscheidingsteken wordt aanbeden; en als snobs door dictatoren (die hun eigen snobs meebrengen) worden vertrapt, kan men er zeker van zijn, dat daardoor alleen de wereld niet heel veel armer zal worden. Helaas echter, de ‘goede’ en ‘boze’ verfijning grenzen zo dicht aan elkaar, dat mèt de snobs doorgaans ook de cultuur, de scheppende, betoverende, levenwekkende verfijning, vertrapt wordt; en daarom, in een bepaald verband: leve de snobs!'' Menno ter Braak
MORGEN: MENNO TER BRAAK OVER MENSELIJKHEID |
|
|
|
|
|