 |
 The Evolution of Car Logos
Auto | Van uw weblogger
|
28 Februari 2008 | 11:52:59
 |
|
Ik koos voor het Fiat-logo, omdat die restyling opvallend was. Van rood naar blauw. Van blauw naar rood.
In NRC las ik ooit Elsbeth Etty's beschouwingkje over het nieuwe nummer van Raster over kleuren. De kleur die daarin het meest aan bod komt is blauw. Volgens Michel Pastoureau, historicus aan de Sorbonne, is blauw de favoriete kleur van meer dan de helft van de Europese bevolking, ver voor groen (omstreeks 20%) en rood (ongeveer 8 tot 10%).
'Ik had de onmacht van het blauw heel duidelijk gevoeld'
Via talloze opiniepeilingen die sinds WO II werden gehouden is dit vastgesteld (vraag me niet hoe!). Aan wat voor soort blauw we moeten denken blijft onvermeld. De Romeinen minachttten de kleur blauw. Voor hen was het de kleur van de barbaren. In het antieke Rome kleedde niet alleen niemand zich in het blauw, zelfs blauwe ogen waren minderwaardig, verontrustend of belachelijk. Ook Goethe worstelde nog met het blauw. Uit zijn (door de wetenschap als subjectief verworpen) farbenlehre is een passage opgenomen waarin hij schrijft: 'Ik had de onmacht van het blauw heel duidelijk gevoeld en zijn directe verwantschap met het zwart opgemerkt; nu vond ik het aardig te beweren dat blauw geen kleur was. En ik verheugde me in een unamieme tegenspraak.' (Bron: NRC)
|
|
|
 |
 Margritte's 'Le Temps Menaçant'
Kunst | But is it art?/ But this is art!
|
22 Februari 2008 | 11:45:41
 |
|
Le Temps Menaçant (Threatening Weather) was painted during the summer of 1929 while Magritte was staying with Dalí near Cadaqués, in Spain. This painting is a perfect example of Magritte's use of familiar objects in an unexpected manner. The three objects float like clouds over the sea, in a way that suggests the scene is both natural and unnatural. They bear all the hallmarks of a dream image, both unsettling and erotic. In 8 volle minuten trekken kunstwerken van Magritte aan je voorbij (video)
Babilonia: ''Kunst kennen is kunst interpreteren. Volgens het deconstructivisme is de interpretatie van kunst nooit fout. Als jij bij een Rorschachtest in een vlek in de vorm van een olifant een mug ziet, is je interpretatie ook niet verkeerd. Vandaar de interpretatie die volgt:
Le Temps menaçant is werk waarbij er een natuurlijk landschap wordt voorgeschoteld. Wat we zien is een wolkenkolonie boven de zee/de kust. Er is dus niets aan het handje, totdat we zien dat de wolken niet synnefo-morf (wolkvormig) zijn. De wolken zijn nl verkrijgbaar in de vorm van een vrouwenromp, een blaasinstrument en een stoel. Die vorm doet ons stilstaan bij het verschil tussen de werkelijkheid die we gewend zijn en de kleine verschuiving die we in zijn werken aantreffen. Dat we de genoemde objecten in de omschreven omgeving kunnen aantreffen in plaats van reguliere wolkjes, zien we als een bedreiging (menace) van de werkelijkheid. De geste van Magritte leidt tot de herstructurering van het menselijk denken en ons wereldbeeld. Le Temps Menaçant, 'een dreigende lucht' zou het in het Nederlands moeten worden, is door de genoemde bedreiging dan ook een aangrijpende titel.''
|
|
|
 |
 Make-up, the Narcissus myth updated
Beauty | Talk to your/his/her body!
|
22 Februari 2008 | 11:41:26
 |
''I know there are people reading this essay who will say that makeup is absurd, and I won’t quarrel with them. All esthetic activity is on some level absurd. By the same token, philosophers have argued since the dawn of time that there is an essential human need to engage in ostensibly useless and purely esthetic activity. Applying makeup is a small act of artistry, performed every morning and touched up throughout the day. It’s the same old canvas, to be sure, but it offers itself anew again and again. All art involves repetition with variations. Besides, the sameness of the face is belied by the fact that it contains a mutating consciousness, that it shifts in its relationship to the world, that it ages.'' Paula Marantz Cohen over make-up in The Smart Set.
(...) ''I suspect that people who get upset about makeup are displacing anger about some thing else. “I have heard of your paintings, well enough,” Hamlet rants at Ophelia. “God hath given you one face, and you make yourselves another.” We know that Hamlet was really angry at his mother for marrying his uncle, but he took it out on poor Opie, who probably wore little more than some blush and a little lip gloss. Or maybe the anger Hamlet expresses is really aimed beyond the parameters of the play at another queen, Shakespeare’s Elizabeth, who didn’t stint with the foundation: “Now get you to my lady’s chamber, and tell her, let her paint an inch thick, to this favor she must come.” Take that, bitch monarch!
(...) My personal theory, however, is that the fear of makeup in a Protestant culture is less a concern about women wearing it than men. Once again, Shakespeare can demonstrate my point. It’s true that Shakespeare liked to show girls disguised as boys (Rosalind, Viola, and Portia, three of his greatest heroines, spent much of their time in male disguise). But given the taboo on female acting of the day, these were, in fact, boys disguised as girls disguised as boys. At the end of As You Like It, the character of Rosalind, who has played a boy for much of the play, is revealed to be a girl; then, in a final Epilogue, this illusion too is exploded and the actor playing the part reminds us that he is not a girl at all — he just plays one on stage. The revelation comes alongside the following, suggestive address to the male members of the audience: “If I were a woman, I would kiss as many of you as had beards that please me, complexions that liked me and breaths that I defied not: and, I am sure, as many as have good beards or good faces or sweet breaths will, for my kind offer, when I make curtsy, bid me farewell.” What the actor is saying is: “Hey, I’m a man, and some of you men are scared that I might kiss you” — or, perhaps more correctly: “I’m a man, and some of you men are scared that you want me to kiss you.”
The point here is that while women can’t use makeup to disguise their gender, men can. They can make themselves look like women and trick other men into making love to them. If anyone should doubt that self-defined heterosexual men have anxiety about this sort of thing, consider how most reacted to the unveiling scene in The Crying Game, or to the report that Eddie Murphy was duped into sex with a transvestite. The taboo on makeup that still holds in some fundamentalist religious quarters may be predicated on keeping gender roles clear to the simple “everyman” observer.'' Het essay 'All Made Up' helemaal lezen? |
|
|
 |
 Gerrit Krol over schaamte & schitterende clichés
Boek | Let's Love Literature! (or not?)
|
21 Februari 2008 | 16:20:09
 |
''Wie schrijft, beschrijft zichzelf. En dat doet hij beter naarmate hij verder doordringt tot de kern van zijn persoonlijkheid en deze blootlegt - voor anderen. Dit proces gaat met schaamte gepaard, bij de schrijver, maar zo mogelijk nog meer bij de lezer en het is terwille van deze lezer dat hij, de schrijver, spiegels gebruikt, meer nog dan voor zichzelf. Je toont het ene, maar je bedoelt het andere. Dát is het wat, in je vertoning, je techniek uitmaakt. In de letteren heet dat stijl. Schaamte, die overwonnen wordt door stijl.
Als je wilt weten wat ‘literatuur’ nu precies inhoudt, is dat misschien een goede, want eenvoudige definitie. Deze definitie verklaart ook de gêne van de schrijver als hij zich vertoont aan het publiek en optreedt in het openbaar - als hij daartoe niet de juiste hoed heeft opgezet. In dit verband herinner ik me een reactie van de dichter Van Geel, op het verzoek om samen met alle dichters van Nederland op te treden in Carré. Hij was de enige die niet kwam, met als opgave van reden: dat hij zich schaamde. Hij bracht dit niet als verontschuldiging, maar als verwijt: ‘als dichter hoor je je voor wat je doet te schamen’.
Schaamte voor jezelf, schaamte voor je werk. Er is nog een derde soort schaamte: de schaamte van de schrijver voor zijn vakgenoten, de andere schrijvers. Een schaamte die uitbreekt als je je voorstelt de ander te zijn. Een schaamte die te maken heeft met trots. Jaren geleden had ik 's een discussie met iemand die bekend stond, en zich ook manifesteerde, als een groot vrouwenliefhebber. Ik had, gestuurd door de nieuwste inzichten op dat gebied, me laten ontvallen dat ik, och, voor homoseksueel gedrag ‘best wel’ begrip kon opbrengen: twee mannen bij elkaar die in elkaar zichzelf... Niets ervan. De man raakte geweldig geëmotioneerd. Dat ik, met mijn gedichten, zó iets kon zeggen. Als hij met een vrouw was, dan was dat zó iets moois, daar genoten ze beiden van, en als hij zich dan voorstelde dat twee mánnen... Dat was toch verschrikkelijk... lelijk?
Plaatsvervangende schaamte noemt men dit. Degene voor wie men zich schaamt, schaamt zich misschien zelf helemaal niet. Dezelfde reden waarom sommige vrouwen (en mannen) geen pornografie kunnen verdragen Dezelfde reden waarom je als schrijver soms het werk van een andere schrijver niet verdragen kunt. Je leest iets van hem en je denkt dat je het zelf geschreven hebt en het zweet breekt je uit: ben ik zó'n platte geest? Onmacht is het gevolg van dit soort lezen. Woede. Agressie. Boeken worden verscheurd en in de grond gestampt. Komt alleen voor onder schrijvers.'' Gerrit Krol over de schrijver, zijn schaamte en zijn spiegels
''In een sterk verhaal worden je dingen verteld die je zelf nooit beleeft, maar in een zwak verhaal herken je je eigen leven.''
''Een schrijver kan een slecht verteller zijn, een slecht stilist, slordig, hij kan spelfouten maken, maar het ergste wat je een schrijver kunt aanwrijven is dat hij, in zijn beelden, gebruik maakt van clichés. Beelden die anderen, voor hem, ook al gebruikt hebben.
Onbewust vinden we dat dát nu juist de echte schrijver kenmerkt: een vermogen om nieuwe beelden te vinden. Niet op elke bladzij hoeft een beeld te staan, maar als hij een beeld gebruikt, moet het nieuw zijn. De vraag is: zou hij wel een beeld mogen gebruiken dat nog niet zo vaak eerder gebruikt is? Of moet een beeld, nadat het gebruikt is, worden weggegooid?
Zeker is dat, als je een prachtige vergelijking leest, je daar op een plezierige manier door wordt verrast; en dat je het niet accepteert dat je die vergelijking even later wéér tegenkomt, niet bij dezelfde schrijver, en ook niet bij een andere schrijver, tenzij geciteerd. Dat komt natuurlijk omdat je niet twee keer door hetzelfde verrast kunt worden - zou je zeggen. Toch lees je die vergelijking die je zo prachtig vond graag over en je geniet er elke keer weer van, soms wel in toenemende mate, zonder nog verrast te worden. Het is, op een of andere manier, een kitteling des geestes. Der geesten. Het wordt doorverteld, doorgegeven. Toch willen we per se dat het beeld eenmalig is. Er schijnt een soort octrooirecht voor te gelden
Sommige originele vergelijkingen zijn het embargo óp vermenigvuldiging ontkomen en genieten al vele jaren zo'n algemene bekendheid dat de auteur ervan al helemaal niet meer bekend is: regen als pijpestelen, inktzwarte nachten, bomen of masten die afknappen als lucifershoutjes, ogen als theeschoteltjes, een kop als vuur enz. Allemaal vergelijkingen die door ieder op z'n tijd gebruikt worden, maar de schrijver ervan nu juist tot een schrijver van clichés stempelen.
Edward de Bono omschrijft in zijn Mechanism of Mind het cliché als: iets dat aan elkaar hangt. Een ingeslepen spoor in het denken, waar het ene woord als een wagon aan het andere hangt, het ene neemt het andere mee. Wie clichés gebruikt, gebruikt woorden-in-reeksen en dat het clichés zijn merkt hij niet eens; het is, door de snelheid van het verhaal, eigenlijk één woord.
Iemand die clichés gebruikt, denkt niet aan de woorden die hij schrijft, maar aan het verhaal dat hij vertelt: iets bijzonders. Een schrijver die clichés gebruikt is doorgaans een schrijver van sterke verhalen. Als die sterke verhalen boeiend zijn, waarom zou je hem dan niet een goeie schrijver vinden. Een woordkunstenaar is hij natuurlijk niet, hij is geen literair schrijver.
Er zijn ook schrijvers die niet zoveel bijzonders te vertellen hebben. Ze vertellen, zou je kunnen zeggen, met verwijzing naar het bovenstaande, een zwak verhaal. Daarmee bedoel ik: een geschiedenis die iedereen beleefd zou kunnen hebben. In een sterk verhaal worden je dingen verteld die je zelf nooit beleeft, maar in een zwak verhaal herken je je eigen leven. Een zwak verhaal is niet een bijzonder, maar een algemeen verhaal.
Nu zijn er schrijvers die de fout begaan een algemeen verhaal in algemene bewoordingen te vertellen. Ze denken dat dit literair is, en dat is het misschien ook wel, maar interessant is het niet, er is niks aan. Nee, een algemeen verhaal zal in bijzondere termen gesteld moeten zijn. Wat nu die bijzondere termen zijn, daar hebben we het a) al over gehad: die nieuwe vergelijkingen die, hoe nieuw ook, iedereen meteen herkent, dat is de grap en b) nog niet over gehad: over de mogelijkheid het clichématige gebruik van woorden nog verder terug te dringen: door een bepaald woord los te koppelen van zijn betekenis. Het woordje ‘afstand’ bijvoorbeeld zou nog wel 's iets heel anders dan afstand kunnen betekenen. Maar dat is hogere woordkunst.'' Gerrit Krol over schitterende beelden en niet schitterende clichés, bijzondere en algemene, resp. zwakke en sterke verhalen
|
|
|
 |
 Lindsay Lohan als Marilyn Monroe van toen
Beauty | Get it!
|
21 Februari 2008 | 13:27:22
 |
Onlangs had ik het over rephotography. Klassieke foto's herproduceren. Bert Stern die ooit foto's maakte van Marilyn Monroe (zes weken na die shoot werd ze dood gevonden) deed het nog eens dunnetjes over, maar dan met Lindsay Lohan. Vierenveertig jaar later.
''The original photos, however, were distinguished by an almost claustrophobic intimacy between photographer and muse. In the first session, Stern persuaded the entourage of stylists to leave him alone with Monroe. The shoot thus took on the symbolic (if not the actual) contours of a liaison. The rise of the celebrity industrial complex has rendered this sort of tense pas de deux all but impossible,'' zo stond te lezen in New York Magazine.
''Stern, who shot the photos on film rather than digitally, told me he was interested in Lohan because he suspected “she had a lot more depth to her” than one might assume from “those teenage movies.” Indeed, many in the film industry believe that Lohan has yet to pursue projects equal to her gifts. Without putting too fine a point on it, you might say Lohan has, like Monroe, a knack for courting the tabloids and tripping up her career. (Readers will remember that Lohan had her own Billy Wilder moment two summers ago on the set of Georgia Rule.) Stern said the project also grew out of his interest in “controversial women,” or “bad girls,” like “Britney, Paris, and Lindsay.” Monroe was, in a sense, the original tabloid queen.
 Though Lohan’s willingness to reprise the photos might seem a sly nod to her scandalous past, the actress offered a straightforward explanation. “I didn’t have to put much thought into it. I mean, Bert Stern? Doing a Marilyn shoot? When is that ever going to come up? It’s really an honor.” During a break in the daylong shoot, Lohan sat cross-legged on a bed in the four-room suite and spoke to me, in that familiar throaty voice with its staccato rhythms, about her abiding obsession with Monroe. Her interest took root a decade ago with multiple viewings of Niagara during the London filming of The Parent Trap.
She has even purchased an apartment where Marilyn once lived. “If you saw my house … I have a lot of Marilyn stuff,” she told me, including a huge painting of Monroe. “It’s eerie,” Lohan said of the painting, a Christmas gift, “because it’s this picture of her, and it’s kind of cartoony, and there’s a big bottle of pills next to her, and they’ve fallen over.” Lohan called Monroe’s suicide “tragic,” and then added, elliptically, “You know, it’s also tragic what just recently happened to someone else.” I asked whether she was referring to Heath Ledger. She nodded: “They are both prime examples of what this industry can do to someone.” Why some and not others, I asked, since it has often seemed that the thrice-rehabbed Lohan might meet a similar fate. Lohan replied with a flicker of annoyance: “I don’t know. I’m not them. But I sure as hell wouldn’t let it happen to me.” Still, one wonders whether Lohan’s participation in this project, given all the spooky parallels, isn’t the photographic equivalent of moving into a haunted house. (Which, in fact, she may have already done.)
“It was very similar, déjà vu you might say, like revisiting an old street.''
Lohan viewed the shoot as a theatrical performance, as a chance to inhabit the role of an idol. “I wanted to portray the book and get it point-on as much as I could, to bring it back to life,” she said. Hence the strict mimesis: scarves, nudity, and all. “Not more than fifteen minutes had passed since she’d arrived, and already she had agreed to take her clothes off!” Stern writes of Monroe in his swaggering introduction to The Complete Last Sitting, the book in which all 2,571 photos have been collected. He might have said the same about Lohan. “I was comfortable with it,” the actress remarked of the nudity (though she did confess to doing “250 crunches” the previous night). All made up, in winged eyeliner and shellacked blonde wig, Lohan, who has returned to her former voluptuousness, at times appeared more Marilyn than the thin, somewhat diminished woman of the original Marilyn photos. “It was very similar, déjà vu you might say, like revisiting an old street,” said Stern. BRON: New York Magazine (waar u ook de slideshow van deze fotoshoot kunt bekijken)
|
|
|
 |
 Carice is mooi dus haar blozen staat in het teken van de schoonheid
Beauty | Should I Stay or Should I Go?
|
21 Februari 2008 | 10:16:34
 |
Het gevoel van 'iemand mooi vinden' is dan zo sterk dat het meteen ook alle minder mooie of ronduit lelijke dingen meezuigt (als er sprake is van verliefdheid). Gisteren werd Carice van Houten in De Wereld Draait Door het volgende gevraagd: 'Waar gaat het toneelstuk over?' (naar de bestseller De Gravin van Parma van Sandor Márai over Casanova)
Carice: 'Euh, euh, euh.' Ze buigt haar hoofd waarop een boswachtershoedje prijkt (alleen de patrijsveren ontbreken). 'Hoe ga ik dit uitleggen. Ooooh.' Matthijs: 'Je bent er toch de hele dag door mee bezig?' Carice: 'Daarom is het juist zo moeilijk om erover te praten.' Matthijs gaat er voetstoots vanuit (en velen met hem, ik ook) dat wanneer je veel kennis opdoet van iets, dat dat iets kleiner wordt, beperkter zodat je het steeds beter gaat begrijpen, kunt behapstukken. Maar dat iets kan ook veel groter worden als je beseft dat dit iets enorm veelomvattend is. Waarin ligt nu het verschil? Je noemt iemand 'mooi', omdat je helemaal wee wordt bij haar glimlach. In die glimlach schuilt heel haar wezen, je wordt als het ware mee omhoog getrokken op haar lippen.
Carice zegt in de Vanity Fair: 'I am a sundayschild.' 'A what?' vraagt de journalist (die term kennen ze dus niet in Amerika). Aaah, wat schattig. Niemand die denkt: 'wat een dom wijf!'
Het kan de beste overkomen. Maar als Rita Verdonk het zegt? We staan internationaal voor joker! Zegt Femke Halsema: 'She wants no pears any more because of the environment.' (Een gloeilamp -peertje - is 'bulb' in het Engels). Nou en? Zij is mooi dus 'aaah'.
'Euh, euh, euh.'
Ze werd over d'r hele lichaam rood toen ze in aanraking kwam met Tom Cruise. 'Laat mij maar even, dat trekt wel weg.' Carice is mooi dus haar blozen staat in het teken van haar schoonheid. Iemand die bloost die we niet mooi vinden, daarvan zeggen we: 'Ja logisch dat ze bloost; ze is niet mooi en dat weet ze!' Frappant is overigens wel dat Carice van Houten 'een natuurlijke schoonheid' wordt toegedicht. Ze is zich er niet (echt) van bewust waardoor ze het niet doelbewust gebruikt waardoor ze nog aantrekkelijker wordt.
Babilonia: '' Zoeken naar de zin is dus niets anders dan ambiëren wat onhaalbaar is om niet verzadigd te raken.'
Zolang je het gevoel hebt dat er meer is, is er meer. Bij mannen werkt seksualiteit verruimend. Beperkt voelt hij zich als hij zich schaamt voor een vrouw die iets laat vallen dat ergens onder rolde. Ze bukt, kan het niet vinden. Hij doet alsof hij er niet bij hoort. Vindt hij haar mooi dan hoopt hij dat hetgeen viel zo lang mogelijk onvindbaar is zodat hij een fraai uitzicht heeft op dat kontje dat zich in alle bochten wringt.
'Hebbes!' Ze bloost. Wanneer hij zich beperkt voelde zegt hij: 'Wat ben je toch onhandig altijd!' Wanneer hij zich ruim voelde: 'Geeft niks schat. Blij dat je het gevonden hebt. Had mij laten zoeken.' Dezelfde situatie: twee verschillende reacties.
Oja, het antwoord van Carice: 'Je kunt als vrouw alles aan een man geven, je lichaam, je vertrouwen, alles. Maar niet het geluk, want dat zit in jezelf.' Ze bracht het alsof we deze wijsheid nooit eerder vernamen. En dat was ook zo (lees: ik werd door haar rechtermondhoek omhooggetrokken).
|
|
|
 |
 Hoe taal relaties maakt of breekt (2)
Taal | Wat een taal!
|
20 Februari 2008 | 00:51:28
 |
Hoewel iedereen beide behoeften heeft, hebben vrouwen verhoudingsgewijs meer behoefte aan betrokkenheid en mannen verhoudingsgewijs meer behoefte aan onafhankelijkheid. Begrepen worden zonder te zeggen wat je bedoelt heeft betrokkenheid als rendement en daarom hechten vrouwen er zo'n grote waarde aan. Vrouwen zijn daarom meer afgestemd op de metaboodschappen in een gesprek dan mannen. Dus als een vrouw onthutsd is omdat haar man niet vraagt hoe haar dag is geweest dan antwoordt hij: 'Als je me iets te vertellen hebt, doe dat dan. Waarom zou ik je daartoe moeten uitnodigen?' De metaboodschap is dat zij belangstelling verlangt, een bewijs dat het hem interesseert hoe haar dag was, ongeacht of zij iets te vertellen heeft of niet.
''A married couple was in a car when the wife turned to her husband and asked, “Would you like to stop for a coffee?” “No, thanks,” he answered truthfully. So they didn’t stop. The result? The wife, who had indeed wanted to stop, became annoyed because she felt her preference had not been considered. The husband, seeing his wife was angry, became frustrated. Why didn’t she just say what she wanted? Unfortunately, he failed to see that his wife was asking the question not to get an instant decision, but to begin a negotiation. And the woman didn’t realize that when her husband said no, he was just expressing his preference, not making a ruling. When a man and woman interpret the same interchange in such conflicting ways, it’s no wonder they can find themselves leveling angry charges of selfishness and obstinacy at each other.''
''Eve had a benign lump removed from her breast. When she confided to her husband, Mark, that she was distressed because the stitches changed the contour of her breast, he answered, “You can always have plastic surgery.” This comment bothered her. “I’m sorry you don’t like the way it looks,” she protested. “But I’m not having any more surgery!” Mark was hurt and puzzled. “I don’t care about a scar,” he replied. “It doesn’t bother me at all.” “Then why are you telling me to have plastic surgery?” she asked. “Because you were upset about the way it looks.” Eve felt like a heel. Mark had been wonderfully supportive throughout her surgery. How could she snap at him now? The problem stemmed from a difference in approach. To many men a complaint is a challenge to come up with a solution. Mark thought he was reassuring Eve by telling her there was something she could do about her scar. But often women are looking for emotional support, not solutions. When my mother tells my father she doesn’t feel well, he invariably offers to take her to the doctor. Invariably, she is disappointed with his reaction. Like many men, he is focused on what he can do, whereas she wants sympathy.'' Deborah Tannen in You just don't understand
|
|
|
 |
 Naakt op golfplaat
Kunst | But is it art?/ But this is art!
|
19 Februari 2008 | 10:17:22
 |
Al enige tijd experimenteert Stadnicka met nieuwe toepassingen van het door de tijd aangetaste materiaal dat haar handelsmerk is geworden en waarmee zij, met name in Frankrijk, een exclusieve positie inneemt. Stadnicka: ‘Vroeger werkte ik met combinaties van houten en metalen sloopmaterialen, nu is het alleen nog metaal. De toevoeging van gevlochten staal uit betonconstructies aan de ijzeren golfplaten gaven mij de mogelijkheden meer driedimensionaal te gaan werken. Omdat de aanlichting van mijn naakten essentieel is, ben ik ook met de belichting van mijn nieuwe objecten gaan experimenteren. De schaduwen die zo ontstaan worden een essentieel onderdeel van het werk. Zo ontstaan nieuwe landschapsvormen die een totaal nieuwe wereld te zien geven.
WORDT VERWACHT: Grappig volgens Georgina Verbaan, Desanne van Brederode met de Van Kellendonklezing over vrouwelijke auteurs die tijdens hun literaire arbeid hun persoonlijke ervaringen zodanig bewerken dat ze voor iedereen acceptabel en verteerbaar worden. 'Dat is een vorm van automutilatie,' aldus Van Brederode.
EN: Hoe communicatie relaties maakt of breekt DEEL 2.
'CB noemt dit poseren? Het is regelrechte paparazzi troep. Het papier niet waard waarop het afgedrukt wordt. Welke oenige flikker interesseert zich nou voor ene juf Janssen aan de wandel? Wat kan mij dat hondje nou donderen. Wat kan mij dat hele wijf nou schelen.' PF
'Wel mooie laarzen.' Babilonia
'Poseren? Ze loopt toch gewoon? Inderdaad: die laarzen. Provencezomer-hemelblauw.' Lit
'Toch wel een mooi golvend mondje (nee niet van dat hondje!!!) vind ik.' Wanderer
'Tsjongejonge is die kaars nou nog niet op. Of zijn dit de laatste stuiptrekkingen van een goede tijden. slechte tijden soap?' Jacobzorg
|
|
|
 |
 Wilma Hurskainen verenigt verleden met het heden
Kunst | But is it art?/ But this is art!
|
18 Februari 2008 | 14:48:55
 |
Vakantiekiekjes van de kids in overvloed, maar als ze gaan puberen hebben ze geen zin meer om te poseren voor mama of papa. Ze maken hun eigen foto's en de ouders blijven daar verder van verstoken. Wilma Hurskainen breekt met die traditie en fotografeert kinderen van vroeger wederom op dezelfde plek van toen, jaren nadien. Dit 'opnieuw fotograferen' heeft een naam: rephotography.
Het geeft een Alice in Wonderland-effect. De ruimte lijkt gekrompen rondom de karakters op de foto, terwijl we weten dat ze precies dezelfde zijn zoals dit krappe slaapkamertje. Nu kennen we allemaal het nostalgische gevoel van voor ons dierbare plekken waar we mooie herinneringen aan overhielden. Het is alsof je door wederom zo'n foto als toen te nemen (met ongeveer dezelfde kleding aan) het nostalgische gevoel weer wat grijpbaarder wordt waardoor het geluk van toen het verdriet van nu (om de verloren tijd) overschaduwd.
Bijkomend effect is ook dat je niet meer kijkt naar hoe mooi de persoon is, de schoonheid ligt 'm niet in de persoon van nu maar het verschil van toen tussen nu, het ouder worden. We weten allemaal dat begrip en mededogen voor een mens pas kan ontstaan als we zijn of haar verleden leren kennen en ons kunnen voorstellen hoe hij of zij als klein jongetje of meisje moet hebben geleefd, gedacht en gevoeld.
De Romeinse keizer Marcus Aurelius zei: ''Tijd is een rivier, een niet te stuiten stroming van al het geschapene. Het ene is niet eerder zichtbaar dan op het moment dat het snel voorbij wordt gesleurd en het andere komt eraan drijven om op zijn beurt weer te worden weggeveegd.'' Deze duofoto's maken er een meertje van waarin je rustig kunt baden. Het verleden en heden zijn met elkaar verenigd. Voor zolang dat duurt natuurlijk. Voor je het weet is het weer opgedroogd.
|
|
|
 |
 Hoe taal relaties maakt of breekt (1): 'Waarom?'
Taal | When the relationship is sinking/goes to beautiful places
|
15 Februari 2008 | 00:13:43
 |
''Een van de grootste bronnen van ongenoegen in ons huwelijk was het schijnbaar onschuldige vraagje: 'Waarom?' Omdat ik ben opgegroeid in een gezin waarin het geven van uitleg als iets vanzelfsprekends werd beschouwd, vroeg ik mijn man altijd: 'Waarom?'
Hij was echter opgegroeid in een gezin waarin uitleg niet werd gegeven en niet werd gevraagd. Als ik hem dus vroeg: 'Waarom?' zocht hij naar een verborgen bedoeling - en kwam tot de conclusie dat ik zijn beslissing of zelfs zijn recht om zijn eigen beslissingen te nemen in twijfel trok.
In zijn ogen probeerde ik hem door mijn herhaaldelijk gevraag naar zijn reden als incompetent aan de kaak te stellen. Omdat hij er niet aan gewend was mensen te horen uitleggen waarom zij iets deden en hem in het verleden ook nooit naar zijn eigen redenen was gevraagd, had hij bovendien de neiging volkomen intuitief te handelen. Hij had zijn beweegredenen dus niet eens kunnen uitleggen, zelfs als hij het gewild had. Daardoor hadden wij vaak gesprekken als: 'Laten we vanavond even langs Toliver gaan.' 'Waarom?' 'Nou goed, we hoeven niet te gaan.''' Uit: Dat bedoelde ik niet van Deborah Tannen |
|
|
 |
 Grappig volgens Nelleke Noordervliet & Marianne Thieme (1)
Humor | HaHaHumor
|
13 Februari 2008 | 07:26:19
 |
''Grappig is dat je vroeger (in de gouden eeuw) veel meer misdaad had op het platteland dan in de stad.'' Nelleke Noordervliet in het radioprogramma Opium
''Maar het grappige is dat juist die goudvissenmotie eruit wordt gehaald alsof we niet open staan voor ernstig dierenleed.'' Marianne Thieme |
|
|
 |
 Lunch op het gras
Kunst | But is it art?/ But this is art!
|
09 Februari 2008 | 10:34:24
 |
|
Manet's Dejeuner sur l'herbe is natuurlijk de ultieme 'hand onder de kin'. Een korte beschouwing n.a.v. het televisieprogramma 'Verhaal van een meesterwerk'.
Contradicties scheppen, breken met conventies, kortom alle regels veranderen van de kunst. Dat was de opzet van Edoard Manet (1832 - 1883) en daarin slaagde hij op magische wijze bij het bovenstaande doek. Het licht laat hij direct van voren invallen, en niet, zoals toen gebruikelijk was, van opzij. Het doek is veel te groot, iets wat doorgaans slechts voorbehouden was aan nobele gebeurtenissen en niet aan een 'ordinaire' picknick. Het is een stilleven, portret en landschap ineen.
Ook is de achtergrond - die iets wegheeft van een theaterachtergrondje - grof, ruw en vaag af- en uitgewerkt, terwijl het minutieuze penseelwerk in die tijd vanzelfsprekend was. Een van de mannen draagt een huismuts die doorgaans binnen werd gedragen en het fruit heeft een rare uitstraling. De centrale blote dame (handen, de stokken, alles zorgt ervoor dat zij eruit springt) kijkt je uitdagend aan met een blik 'je hoort erbij'. Dat was voor veel mannelijke bezoekers confronterend als zij met hun vrouw Dejeuner sur l'herbe bekeken. In het schilderij zit een kikker verborgen die zich strak afwendt van het gebeuren. Kikker was in die tijd een slangwoord voor 'prostituee'. Manet kreeg syffilus (niet van z'n vrouw), een geslachtsziekte die hem fataal werd. Op den duur moest zijn linkerbeen worden geamputeerd en tien dagen erna stierf hij door die ingreep.
'Een van de mannen draagt een huismuts die doorgaans binnen werd gedragen'
Zeker is dat Manet inspiratie vond in Le Concert champêtre en Het oordeel van Parijs. Manet inspireerde op zijn beurt veel kunstenaars. Picasso zei ooit: 'Da's voor later'. En pas op hoge leeftijd schilderde hij maar liefst 27 schilderijen die verwantschap vertoonde met Manet zoals deze. Ook is er een schilderij waarin sprake is van een verkrachting tijdens de 'Lunch op het gras' (Manet noemde het eerst 'Baden' maar kwam daarvan terug). Seward Johnson maakte een 3D beeldhouwwerk die je kan aanraken (veel kunstliefhebbers vonden het jammer dat je het kunstwerk niet van achteren kon zien) en Alain Jacqet schilderde het kunstwerk met ingenieuze stipjes. Van veraf zie je het niet en van dichtbij evenmin. (Losjes samengesteld op grond van de notities die ik neerschreef tijdens het kijken naar 'Verhaal van een meesterwerk') |
|
|
 |
 Him
Kunst | But is it art?/ But this is art!
|
08 Februari 2008 | 00:39:20
 |
 ''In een nisvormige ruimte - als ware het een kapel - plaatste de Italiaan Maurizio Cattelan zijn beeld 'Him': een wassenbeeld van Hitler, die op zijn knietjes in bidhouding zit, devoot omhoog starend. Niet life-size, maar gereduceerd naar het formaat van een kind. Het beeld is een indringende confrontatie met 'het kwaad', kwaad waar een taboe op rust. De afbeelding van Hitler is een angstbeeld dat we liever uit de weg gaan. Als we hem niet zien, dan bestaat hij niet meer. Die 'leugen om bestwil' ondermijnt Cattelan, door ons deze levensechte verbeelding van Hitler voor te schuiven. Het kwaad waar hij voor stond, is er nog steeds. En vaak is het verpakt in de vroomheid waar deze Hitler zichzelf ook mee vermomt. Hoe schokkend ook, schuilt in Cattelans beeld ook een geruststelling. Uiteindelijk is Hitler een heel klein mannetje. Serieus te nemen, maar niet iemand die ons zou moeten kunnen overheersen. De verkleining van Cattelan is een tegenbeeld tegen de vergroting in propagandafilms als 'Triumph des Willens'. De Italiaan staat in de lange traditie van de Commedia del Arte, van de politieke satire, die van machthebbers karikaturen maakt en zo hun kwetsbaarheid toont en hun onaantastbare aura wegslijpt.
 Natuurlijk is het een schokkende ervaring om ineens die beeltenis van Hitler in een museale situatie te zien. Maar kunst is er niet louter om de kijker te plezieren en in een esthetische slaap te sussen. Kunst is er ook om te reflecteren op de maatschappij, op 'grote' vragen over goed en kwaad. Het is opvallend dat in de afgelopen jaren steeds vaker kunstwerken en tentoonstellingen opduiken, waarin het gezicht van de Tweede Wereldoorlog (de lelijke verschijnings-vormen van het nazisme, de concentratiekampen, het oorlogsgeweld) aan de orde komt. Na vijftig jaar blijkt het tijd om de zo zwaar beladen beelden te gebruiken als een meer algemene representatie van 'het kwaad'. Het is opvallend dat ironie en spot een belangrijke rol in het gebruik van die beelden speelt.'' BRON: Kunstbeeld
|
|
|
 |
 Het einde van de kunst (Maarten Doorman)
Kunst | But is it art?/ But this is art!
|
07 Februari 2008 | 18:10:45
 |
Jacobzorg: ''Met liefde en kunst en nog wat van die geboden is het gelukkig nog geheel persoonlijk en niet door de massa te bepalen wat het is.''
Comeback: ''En toch vraag ik mij af in hoeverre je als kunstbeschouwer beinvloed wordt. Is het tegenwoordig niet vooral de PR die een kunstwerk kan maken of breken (figuurlijk dan). De pispot in het museum van Duchamp was een revolutie. En dan had je ook nog iemand die stront in blikjes deed. Weer een ander stortte modder in een museumzaal. Je kon er - als je wilde - met laarzen naar binnen voor de belevenis. Hoef je dan alleen maar de eerste te zijn? Want als ik met een pispot bij de museumdirecteur aanklop krijg ik nul op request! Neem die Tracey Emin. Die sleepte haar bed mee naar het museum! Uiteindelijk denk ik dat de wijze waarop kunst gebracht wordt en hoe daarover gesproken wordt door zichzelf benoemde experts dit wel degelijk van invloed is op jouw persoonlijke beleving van kunst. Je kunt je er niet aan onttrekken, al zou je willen! Bij een pispot in de bioscoop sta je niet stil (behalve om te pissen), bij de pispot van Duchamp wel!''
Maarten Doorman schreef in Steeds mooier over de recente geschiedenis van de verschillende kunsten. Daarin verklaart hij waarom kunstenaar, kunstcriticus en kunstwetenschapper zich zo lang van vooruitgangsretoriek bleven bedienen. Een fragmentje uit het hoofdstuk 'Het einde van de kunst':
''Op een gegeven moment neemt het conceptuele en reflexieve gehalte in de kunst zo toe, dat het de status van de kunst zelf begint aan te tasten. De vraag wat kunst is, wordt steeds vaker in het kunstwerk zelf aan de orde gesteld. Paradoxaal genoeg wordt zo steeds onduidelijker wat kunst is en wat niet. Dit valt mooi te illustreren met het optreden van een galeriehouder in New York, die Marcel Duchamp - aartsvader van de conceptuele beeldende kunst - eens uitnodigde om mee te werken aan een tentoonstelling van zelfportretten. De kunstenaar stuurde daarop een telegram: ‘This is my portrait if I say this is my portrait.’ De galeriehouder hing het telegram op bij de zelfportretten van andere kunstenaars. Toen Duchamp later een rekening bij hem indiende, stuurde de kunsthandelaar een telegram terug met de tekst: ‘This is a cheque if I say it is a cheque. In zo'n discours is het niet moeilijk meer van Duchamp een handelaar en van de galeriehouder een kunstenaar te maken, die met zijn telegram het conceptuele kunstwerk van de eerste overtroeft.
Naarmate het conceptuele bestanddeel in kunstwerken groter is, wordt het moeilijker om ze te situeren in een lineaire geschiedenis: kunstwerken vertakken zich in een web van ongelijksoortige relaties, in een telkens veranderende, en vaak dubbelzinnige constellatie, waarin chronologie nog wel een rol speelt, maar eerder als kalender dan als een min of meer logische opeenvolging van periodes. Een kunstwerk kan niet meer in de eerste plaats in de context van een welomschreven traditie worden begrepen, het is vooral deelnemer aan een vaak uiterst complex discours van onderlinge verwijzingen, die bovendien van weinig stabiliteit getuigen. Er mag dan ook worden geconstateerd dat het grote gehalte aan reflectie en commentaar een bij het einde van de avant-garde reeds wankelend geloof in vooruitgangsnoties geen goed heeft gedaan.
Naast de toenemende versnelling, de repeterende breuk en een steeds grotere mate van immanente reflectie kan nog een vierde factor worden genoemd, die het einde van de avant-garde heeft bezegeld. Dat is de vermenging van kunst in traditionele zin met populaire cultuur, het oplossen van de grens tussen ‘hoog’ en ‘laag’. In zekere zin is dat al een ouder verschijnsel. In de literatuur hebben volksverhalen, vooral sinds de romantiek vaak een rol gespeeld; hetzelfde geldt voor volksmuziek bij romantische componisten - maar ook bijvoorbeeld voor de jazz bij latere componisten als Milhaud en Stravinsky. Een doorbraak kwam echter in de jaren zestig, met de popmuziek en de daarmee verwante culturele omslag, alsmede, zij het aanvankelijk meer geïsoleerd, met pop art in de beeldende kunsten. In dit opzicht kwam een oud ideaal van de avant-garde tot leven in het slechten van de kloof tussen kunst en leven, maar tegelijkertijd bleek hiermee de identiteit van de avantgardekunst ernstig in het geding geraakt.
''Een door Warhol uitgestalde zeepdoos is niet meer met het oog van een andere zeepdoos te onderscheiden die geen kunst is. Kennelijk zijn het niet meer zichtbare of tastbare kwaliteiten die ertoe doen, maar louter conceptuele.''
(....) Het indirecte, en natuurlijk aanzienlijk complexere verband tussen de identiteit van de kunst en vooruitgangsideeën lijkt aan het eind van deze eeuw in spiegelbeeld opnieuw aan de oppervlakte te komen. Want in deze jaren treedt er een op zijn minst suggestieve gelijktijdigheid op tussen het verdwijnen van vooruitgangsbegrippen in de kunst en het identiteitsverlies van de kunsten zelf. Als vooruitgang in de kunsten ijdele fictie blijkt, hebben de kunsten dan nog wel bestaansrecht? Wordt er misschien niet op zeer goede gronden gespeculeerd over het einde van de kunst?
(...) De (beeldende) kunst krijgt, in de traditie van Duchamp en uitmondend in de jaren zestig, geleidelijk een groter conceptueel gehalte. De vlag van Jasper Johns, Roy Lichtensteins uitvergrote stripfragmenten, de stalen platen van Carl André en de befaamde Brillo Box van Andy Warhol problematiseren allemaal het verschil tussen kunst en werkelijkheid. Een door Warhol uitgestalde zeepdoos is niet meer met het oog van een andere zeepdoos te onderscheiden die geen kunst is. Kennelijk zijn het niet meer zichtbare of tastbare kwaliteiten die ertoe doen, maar louter conceptuele. Aldus reflecteert het werk van dergelijke kunstenaars niet alleen op wat kunst is, het wordt zich van zichzelf als kunst bewust en tast daarmee de eigen identiteit van de kunst aan. Daarmee luidt het de doodsklok voor de huidige kunst, die na deze ontwikkeling geen enkel historisch belang meer heeft.'' Uit Steeds mooier (Maarten Doorman)
''There are esthetes who appreciate the cross-eyed cartoons of Pablo Picasso, the random dribbles of Jackson Pollock, and even the pickled pigs of Damien Hirst. Some of my best friends are modern artists. You, however, hate and detest the 20th century's entire output in the plastic arts, as do I.
"I don't know much about art," you aver, "but I know what I like." Actually you don't. You have been browbeaten into feigning pleasure at the sight of so-called art that actually makes your skin crawl, and you are afraid to admit it for fear of seeming dull. This has gone on for so long that you have forgotten your own mind. Do not fear: in a few minutes' reading I can break the spell and liberate you from this unseemly condition.'' ADMIT IT, YOU REALLY HATE MODERN ART
Van dezelfde auteur: ''After I wrote 'Admit it, you are really hate modern art', many readers assured me that I was quite mistaken about them. Especially among the educated elites there are many who will go to their graves proclaiming their love for modern art, and I owe them an explanation of sorts. At the cost of most of few remaining friends, I will provide it.
You pretend to like modern art because you want to be creative. In fact, you are not creative, not in the least. In all of human history we know of only a few hundred truly creative men and women. It saddens me to break the news, but you aren't one of them. By insisting that you are not creative, you think I am saying that you are not important. I do not mean that, but will have to return to the topic later.'' WHY YOU PRETEND TO LIKE MODERN ART |
|
|
 |
 Polly Morgan
Kunst | But is it art?/ But this is art!
|
06 Februari 2008 | 11:36:17
 |
|
EXTRA: Op zoek naar de relatie tussen mens en mus
Geen vogel die zo dicht bij mensen leeft als een huismus. Broedend onder daken, kwetterend in de dakgoot, appelgebak etend op terrasjes, haverkorrels pikkend uit paardenvijgen op straat. De mus hoort bij de mens. Mussen zijn razend populair bij mensen, maar toch weten we maar verrassend weinig van ze. Welke vijanden hebben ze? Wat hebben ze nodig om te overleven? En hoe is het gesteld met het liefdesleven van de huismus? ZIEN?
|
|
|
|
|
|