|
Op (bijna) alle voorpagina's stonden afgelopen vrijdag foto's van Obama in Berlijn. Bovenstaande foto knipte ik uit omdat ik bij nadere inspectie ontdekte dat ontzettend veel mensen een digitale camera boven hun hoofd hielden. Zoveel dat ik mij dus genoodzaakt voelde de schaar te pakken.
Piet Meeuse schreef in een essay getiteld 'Inzoomen, uitzoomen' (Notities over kijken en kennen) het volgende: 'Iedereen fotografeert. En sinds je ook met je mobieltje kunt fotograferen en de plaatjes meteen kunt verzenden lijkt het zelfs een vorm van amusement geworden. Maar dat bijna iedereen de camera uitsluitend gebruikt voor het maken van kiekjes - foto's van vakanties met een beetje couleur locale, van feestjes of familiebijeenkomsten - dat heeft toch iets merkwaardigs. Alsof je je auto alleen maar zou gebruiken om zo nu en dan een blokje om te rijden in je eigen buurt. Daaruit blijkt dat fotograferen voor de meeste mensen nauwelijks iets met kijken te maken heeft. Het is vooral een manier om een moment vast te leggen 'voor later', een vorm van persoonlijke geschiedschrijving. Kijken doe je later - als de foto's in het album zitten. En het genot van dat kijken is de herkenning. Kijken als hulpmiddel voor de herinnering.' Uit: Betoveringen van Piet Meeuse
En zo zitten tieners in de ArenA naar hun idool te kijken via het schermpje van hun mobieltje of cameraatje, wachtend op het moment dat ze contact zoekt met hen. De beeldkwaliteit is abominabel, maar het gaat er kennelijk niet meer om dat je er bent, maar dat je er bent geweest. |